De belastingschuldige kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen hij woont of is gevestigd. Indien de belastingschuldige buiten Nederland woont of is gevestigd dan wel in Nederland geen vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft, kan hij in verzet komen bij de rechtbank van het arrondissement waarbinnen het kantoor is gevestigd van de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd.
Het verzet vangt aan met dagvaarding door de belastingschuldige als eiser aan de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd als gedaagde.
Het verzet kan niet zijn gegrond op de stelling dat het aanslagbiljet, de aanmaning, het op de voet van artikel 13, derde lid, betekende dwangbevel of de schriftelijke mededeling, genoemd in artikel 27, eerste lid, niet is ontvangen, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat ontvangst redelijkerwijs moet worden betwijfeld. Bovendien kan het verzet niet zijn gegrond op de stelling dat de belastingaanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Beleidsregels en circulaires die dit artikel als wettelijke bevoegdheid hebben
Geen
Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel
Invorderingswet 1990
artikel: 3a, 19, 52
Leidraad Invordering 2008
tekst: tekst
Mijnbouwwet
artikel: 79, 100
Omgevingswet
artikel: 13.10
Overige fiscale maatregelen 2018
artikel: XXX, XXXc
Wet bevordering eigenwoningbezit
artikel: 51
Wet luchtvaart
artikel: 8a.40
(08-01-2025)
|
Datum van inwerking- treding |
Terugwerkende kracht |
Betreft |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Kamerstukken |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Opmerking |
|
wijziging |
25-01-2023 |
20-03-2023 |
||||||
|
wijziging |
20-12-2017 |
20-12-2017 |
||||||
|
wijziging |
13-07-2016 |
01-05-2017 |
||||||
|
wijziging |
23-12-2010 |
23-12-2010 |
||||||
|
wijziging |
18-12-2003 |
18-12-2003 |
||||||
|
nieuwe-regeling |
30-05-1990 |
Stb. 1990, 221 |
30-05-1990 |
Stb. 1990, 222 |
||||
Opmerkingen
1) Artikel XXX van Stb. 2017/581 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
2) Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
3) Treedt in werking voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de Onteigeningswet.Treedt eveneens in werking voor vorderingsprocedures bij de Hoge Raad.
4) De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.