Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Artikel 19

  • 1

    Een derde op wie de belastingschuldige een vordering heeft of uit een reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen, is op vordering van de ontvanger gehouden de belastingaanslagen van de belastingschuldige te betalen voor zover een en ander vatbaar is voor beslag. Voor zover één en ander niet vatbaar is voor beslag is de derde op vordering van de ontvanger verplicht ten hoogste een tiende gedeelte daarvan aan te wenden voor betaling van de belastingaanslagen van de belastingschuldige.

  • 2

    Het eerste lid, tweede volzin, vindt alleen toepassing indien de belastingschuldige op het tijdstip waarop de vordering wordt gedaan, meer dan één belastingaanslag waarvan de enige of laatste betalingstermijn met ten minste twee maanden is overschreden, niet heeft betaald en hij met betrekking tot deze belastingaanslagen:

    • a.

      geen verzoek om uitstel van betaling heeft gedaan, niet in aanmerking komt voor uitstel van betaling of de gestelde voorwaarden voor uitstel van betaling niet is nagekomen, en

    • b.

      geen verzoek om kwijtschelding van belasting heeft gedaan of niet in aanmerking komt voor kwijtschelding van belasting.

  • 3

    Een huurder, een pachter, een curator in een faillissement en een houder van penningen is op vordering van de ontvanger verplicht uit de gelden die hij aan de belastingschuldige verschuldigd is of uit de gelden of de penningen die hij ten behoeve van de belastingschuldige onder zich heeft, de belastingaanslagen van de belastingschuldige te betalen. Een curator in een faillissement van de belastingschuldige is voorts bevoegd uit eigen beweging uit de gelden die hij ten behoeve van de belastingschuldige onder zich heeft, de belastingaanslagen van de belastingschuldige te betalen.

  • 4

    Een betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht is op vordering van de ontvanger verplicht, in zoverre onder blokkering van onttrekkingen aan de rekening, uit het tegoed van een rekening die een belastingschuldige bij hem heeft alsmede, indien de betaaldienstverlener en de belastingschuldige in samenhang met die rekening een overeenkomst inzake krediet zijn aangegaan, uit het ingevolge die overeenkomst verstrekte krediet, de belastingaanslagen van de belastingschuldige te betalen. De betaaldienstverlener is verplicht aan de vordering te voldoen, zonder zich daarbij op verrekening te kunnen beroepen. De verplichting tot betaling vervalt een week na de dag van bekendmaking van de vordering aan de betaaldienstverlener.

  • 5

    De vordering geschiedt bij beschikking. Voor het doen van een vordering dient de ontvanger te beschikken over een aan de belastingschuldige betekend dwangbevel met bevel tot betaling. De beschikking heeft rechtsgevolg zodra zij is bekendgemaakt aan degene jegens wie de vordering is gedaan. De ontvanger maakt de beschikking tevens bekend aan de belastingschuldige. Indien de vordering wordt gedaan jegens de curator in een faillissement vindt de tweede volzin geen toepassing en blijft bekendmaking van de beschikking aan de belastingschuldige achterwege.

  • 6

    De belastingschuldige kan op de voet van artikel 17 in verzet komen tegen de vordering als ware deze de tenuitvoerlegging van een dwangbevel.

  • 7

    Degene jegens wie een vordering is gedaan is verplicht aan die vordering te voldoen zonder daartoe een verificatie en beëdiging van schuldvordering, een rangregeling of rechterlijke uitspraak te mogen afwachten. De eerste volzin vindt geen toepassing in zoverre onder hem beslag is of wordt gelegd of verzet is of wordt gedaan ter zake van schulden waaraan een gelijke of hogere voorrang is toegekend. Voldoening aan de vordering geldt als betaling aan de belastingschuldige.

  • 8

    De ontvanger vervolgt degene die in gebreke blijft aan de vordering te voldoen bij executoriaal beslag volgens de regels van het tweede boek, tweede titel, tweede afdeling, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kosten van vervolging komen voor rekening van degene die in gebreke blijft zonder dat hij deze kan verhalen op de belastingschuldige.

  • 9

    Indien de vordering wordt gedaan op grond van het eerste lid en het dwangbevel op de voet van artikel 13, derde lid, is betekend, moet de vordering vooraf worden gegaan door een schriftelijke aankondiging van de ontvanger aan de belastingschuldige, inhoudende dat hij voornemens is een vordering te doen. De vordering wordt in dat geval niet eerder gedaan dan vier weken na de dagtekening van de vooraankondiging. De in de eerste volzin bedoelde aankondiging blijft achterwege indien de vordering wordt gedaan jegens een betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of jegens degene die reeds op vordering van de ontvanger een belastingaanslag van de belastingschuldige betaalt of zou moeten betalen. Indien de vordering op de voet van het eerste lid een vordering betreft van een periodieke betaling als bedoeld in artikel 475c, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is artikel 475i, tweede tot en met vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing, tenzij de vordering wordt gedaan jegens degene die reeds op vordering van de ontvanger een belastingaanslag van de belastingschuldige betaalt of zou moeten betalen.

  • 10

    Het eerste tot en met negende lid zijn niet van toepassing op belastingaanslagen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen werkt.

  • 11

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop het eerste en het vierde lid toepassing kunnen vinden.

Informatie geldend op 08-01-2025

Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

  1. Eindejaarsregeling 2022

  2. Eindejaarsregeling 2023

  3. Uitvoeringsregeling Wet op de Kamer van Koophandel

  4. Wijzigingsregeling enige fiscale uitvoeringsregelingen en invoering regeling toepassing art. 122ca Wet financiering sociale verzekeringen

  5. Wijzigingsregeling enige uitvoeringsregelingen 2019 (belastingen en toeslagen)

  6. Wijzigingsregeling enige uitvoeringsregelingen 2020 (belastingen en toeslagen)

  7. Wijzigingsregeling Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, enz. (2015)

Beleidsregels en circulaires die dit artikel als wettelijke bevoegdheid hebben

  1. Wijzigingsbesluit Leidraad Invordering 2008 (aanpassing wetgeving per 1 januari 2014 en introductie bijzondere uitstelfaciliteit erfbelasting)

Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel

  1. Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers
    artikel: 34j, 162i

  2. Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
    artikel: 32

  3. Besluit beslagvrije voet
    artikel: 7

  4. Eindejaarsregeling 2022

  5. Eindejaarsregeling 2023

  6. Faillissementswet
    artikel: 301

  7. Gemeentewet
    artikel: 44i, 251

  8. Invorderingswet 1990
    artikel: 3a, 10, 13, 15, 52

  9. Leidraad Invordering 2008
    tekst: tekst, tekst, tekst, tekst, tekst

  10. Politiewet 2012
    artikel: 48a

  11. Provinciewet
    artikel: 43i, 232aa

  12. Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
    artikel: 1cb, 1cd, 1cbis.3, 1ca, 1
    bijlage: behorend bij artikel 1cb

  13. Uitvoeringsregeling Wet op de Kamer van Koophandel

  14. Waterschapswet
    artikel: 44i, 140

  15. Wet ambtenaren defensie
    artikel: 10

  16. Wet bevordering eigenwoningbezit
    artikel: 51

  17. Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen
    artikel: 5g

  18. Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman
    artikel: 12b

  19. Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
    artikel: 19c

  20. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
    artikel: 475g

  21. Wijzigingsregeling enige fiscale uitvoeringsregelingen en invoering regeling toepassing art. 122ca Wet financiering sociale verzekeringen

  22. Wijzigingsregeling enige uitvoeringsregelingen 2019 (belastingen en toeslagen)

  23. Wijzigingsregeling enige uitvoeringsregelingen 2020 (belastingen en toeslagen)

  24. Wijzigingsregeling Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, enz. (2015)

Overzicht van wijzigingen voor dit artikel

(08-01-2025)

Ontstaansbron

Inwerkingtreding

Datum van inwerking- treding

Terugwerkende kracht

Betreft

Ondertekening

Bekendmaking

Kamerstukken

Ondertekening

Bekendmaking

Opmerking

01-01-2023

wijziging

21-12-2022

Stb. 2022, 530

36107

21-12-2022

Stb. 2022, 530

01-01-2021

wijziging

08-03-2017
samen met
20-12-2017

Stb. 2017, 110
samen met
Stb. 2017, 518

34628
samen met
34786

30-11-2020

Stb. 2020, 499

01-07-2020

wijziging

20-12-2017

Stb. 2017, 518

34786

15-06-2020

Stb. 2020, 192

01-04-2017

t/m 01-01-2017

wijziging

08-03-2017

Stb. 2017, 115

34555

08-03-2017
samen met
08-03-2017

Stb. 2017, 115
samen met
Stb. 2017, 116

01-01-2015

wijziging

17-12-2014

Stb. 2014, 578

34002

17-12-2014

Stb. 2014, 578

01-11-2009

wijziging

27-09-2007
samen met
20-12-2007

Stb. 2007, 376
samen met
Stb. 2007, 563

30322
samen met
31206

23-09-2009

Stb. 2009, 407

30-12-2008

wijziging

18-12-2008

Stb. 2008, 567

31717

18-12-2008

Stb. 2008, 567

01-01-2008

wijziging

27-09-2007
samen met
20-12-2007

Stb. 2007, 376
samen met
Stb. 2007, 563

30322
samen met
31206

27-09-2007
samen met
20-12-2007

Stb. 2007, 376
samen met
Stb. 2007, 563

01-03-2004

wijziging

18-12-2003

Stb. 2003, 528

29026

18-12-2003

Stb. 2003, 528

01-01-2004

wijziging

18-12-2003

Stb. 2003, 527

29035

18-12-2003

Stb. 2003, 527

Inwtr. 1

17-02-1999

wijziging

28-01-1999

Stb. 1999, 30

25836

04-02-1999

Stb. 1999, 40

01-12-1998

wijziging

25-06-1998

Stb. 1998, 446

23429

09-11-1998

Stb. 1998, 622

17-05-1995

wijziging

26-04-1995

Stb. 1995, 250

23780

26-04-1995

Stb. 1995, 250

01-01-1994

wijziging

04-06-1992

Stb. 1992, 422

22061

23-12-1993

Stb. 1993, 693

01-06-1990

nieuwe-regeling

30-05-1990

Stb. 1990, 221

20588

30-05-1990

Stb. 1990, 222

Opmerkingen

  • 1) De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.