Tot het onderzoek wordt, op de vordering van het openbaar ministerie, in eene door het gerecht te bepalen terechtzitting met den meesten spoed overgegaan.
Het openbaar ministerie doet de aangehoudene, de getuigen en deskundigen die van zijnentwege zullen worden gehoord en die waarop de aangehoudene zich beroept, dagvaarden of oproepen. Het tweede lid van artikel 260 vindt met betrekking tot al deze getuigen overeenkomstige toepassing.
Indien het openbaar ministerie weigert een getuige of deskundige te doen oproepen, kan het gerecht op verzoek van de aangehoudene de oproeping van die getuige of deskundige bevelen. De artikelen 263 en 264 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 509k is van overeenkomstige toepassing.
(01-08-2019)
|
Datum van inwerking- treding |
Terugwerkende kracht |
Betreft |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Kamerstukken |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Opmerking |
|
vervallen |
22-02-2017 |
|||||||
|
wijziging |
17-11-2016 |
20-02-2017 |
||||||
|
wijziging |
17-12-2009 |
14-06-2010 |
||||||
|
wijziging |
10-05-2000 |
25-05-2000 |
||||||
|
wijziging |
29-06-1994 |
Stb. 1994, 501 |
04-07-1994 |
Stb. 1994, 502 |
||||
|
wijziging |
05-07-1984 |
Stb. 1984, 332 |
05-07-1984 |
Stb. 1984, 332 |
||||
|
wijziging |
29-11-1935 |
Stb. 1935, 685 |
23-11-1939 |
Stb. 1939, 285 |
||||
|
nieuwe-regeling |
15-01-1921 |
Stb. 1921, 14 |
04-12-1925 |
Stb. 1925, 465 |
||||