Tijdens de begrotingsbehandeling van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hoofdstuk XXII) op dinsdag 13 januari 2026 heeft uw Kamer vragen gesteld. Hierbij bied ik uw Kamer het antwoord op een deel van deze vragen schriftelijk aan.

Tijdens de begrotingsbehandeling van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hoofdstuk XXII) op dinsdag 13 januari 2026 heeft uw Kamer vragen gesteld. Hierbij bied ik uw Kamer het antwoord op een deel van deze vragen schriftelijk aan.
Vraag 1
Al die initiatieven die er zijn rond ouderen, seniorenmakelaars in Den Haag, verhuiscoaches in Den Bosch, verhuisvergoeding in Amsterdam etc. Kan de minister aangeven in hoeverre deze initiatieven breder worden uitgerold in Nederland, en welke stappen zij kan zetten om te zorgen dat de doorstroming voor ouderen verbeterd, en zo ook voor jongere studenten?
Antwoord
Veel gemeenten en corporaties zetten in op doorstroommakelaars, verhuiscoaches of financiële regelingen om verhuizen naar een passende woning aantrekkelijk te maken. Ik vind het belangrijk dat alle gemeenten en corporaties met dergelijke aanpakken aan de slag gaan. Daarom is de doorstroomaanpak ook een onderwerp in het volkshuisvestingsprogramma onder het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Ook is in de nationale prestatieafspraken met woningcorporaties een inspanningsverplichting voor het maken van een doorstroomaanpak voor ouderen afgesproken. Daarnaast praat ik met de hypotheeksector over het aantrekkelijk en mogelijk maken van verhuizen voor ouderen.
Vraag 2
Wat kunnen we eraan doen dat mensen in sociale huurwoningen ook meerdere woningen bezitten? Kunnen we samen, kabinet en kamer, daar paal en perken aan stellen?
Antwoord
Het is verwerpelijk als iemand een sociale huurwoning gebruikt voor financieel gewin, of onnodig bezet houdt. Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor mensen met een smalle beurs die de woning nodig hebben om in te wonen, niet voor mensen die woningen in eigendom hebben. Gemeenten kunnen dit lokaal tegengaan door in hun huisvestingsverordening op te nemen dat een huisvestingvergunning wordt geweigerd indien niet aannemelijk is dat de woning als hoofdverblijf in gebruik wordt genomen. Corporaties kunnen dit tegengaan door – als duidelijk is dat de huurder de woning niet als hoofdverblijf gebruikt – de huurovereenkomst te ontbinden, mits dat als voorwaarde is opgenomen in het huurcontract. Ook heeft Ymere met succes na een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 27 maart 2025 het huurcontract van een sociale huurder ontbonden op grond van ‘dringend eigen gebruik’. In dit geval gebruikte de huurder de woning wel als hoofdverblijf, maar verhuurde deze een andere woning. Ik ga met het Kadaster kijken wat ik kan doen om ervoor te zorgen dat corporaties voldoende informatie hebben. Ook zal ik kijken of de opzeggrond van dringend eigen gebruik in het BW voldoet.
Vraag 3
Welke concrete stappen gaat de minister ondernemen om ervoor te zorgen dat de adviezen uit STOER die richting andere overheden en bouwpartijen zijn gegaan ook worden uitgevoerd? En wanneer komt de minister met de uitwerking van het programma STOER?
Antwoord
Ik ben bezig met het vervolg op STOER. Een deel van de aanbevelingen, waaronder aanpassingen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, heb ik reeds in procedure gebracht zoals ik ook heb aangegeven in de kabinetsreactie op het adviesrapport STOER. Bij de verdere uitwerking zijn ook medeoverheden betrokken, inclusief hoe de STOER-acties op lokaal en regionaal niveau worden doorgevoerd. Over het vervolg van STOER wordt u voor het zomerreces geïnformeerd.
Vraag 4
Wat gaan we doen aan het stapelen van bezwaar op bezwaar? D66 heeft een aantal voorstellen gedaan. Ik wil vragen wat de minister daarvan vindt.
Antwoord
De voorstellen van D66 weeg ik als volgt: allereerst onderschrijf ik de noodzaak om woningbouw op alle punten te versnellen. Dat betekent aan de procedurele kant snel duidelijkheid of een project door kan gaan als er bezwaar of beroep wordt ingesteld. De wet regie volkshuisvesting voorziet in mogelijkheden om dit te doen door bijvoorbeeld beroep in één instantie, een uitsprakentermijn van zes maanden en versnelde behandeling van het beroep. Wel blijft het belangrijk dat mensen altijd kunnen opkomen voor hun belang met effectieve en passende rechtsmiddelen. D66 stelt voor om slechts enkele casussen als bodemprocedure aan te wijzen. Dit lijkt te duiden op een verlofstelsel of de mogelijkheid om bij een voorlopige voorziening meteen uitspraak te doen in de hoofdzaak. Uit de voorbereiding van het wetsvoorstel versterking regie blijkt dat de meeste versnelling kan worden gerealiseerd door beroep in één instantie bij de Raad van State, en dus niet met een verlofstelsel. Het voorstel van D66 om door te gaan met bouwen hangende bezwaar of beroep is al mogelijk onder het huidige recht. De mogelijkheid te regelen dat eerst zienswijzen moeten worden ingediend voordat beroep kan worden ingesteld raakt aan het Verdrag van Aarhus. Een reparatiewet ligt bij de Raad van State; daarbij kan ook dit voorstel worden bezien.
Vraag 5
Wat vindt de minister van het idee om het splitsen van woningen vergunningsvrij te maken met een meldplicht?
Antwoord
Ik vind het belangrijk dat de bestaande voorraad zo goed mogelijk wordt benut en deel de wens om dat zo veel mogelijk vergunningsvrij te maken. Ik maak daarom snelheid met een landelijke aanpak voor beter benutten, inclusief het mogelijk maken van meer woningsplitsingen. Zoals verzocht in de aangenomen motie Wijen-Nass, ben ik bezig met het ontwikkelen van een uniform landelijk beleidskader voor woningsplitsing. Onderdeel hiervan is te bezien hoe het splitsen van woningen vergunningsvrij kan worden gemaakt, waarbij ik stuur op in ieder geval van 1 naar 2 wooneenheden vergunningsvrij te maken.
Vraag 6
Hoever is de minister met het uitwerken van de nieuwe Europese regels rond de woningcorporaties in Nederlandse wet- en regelgeving?
Antwoord
Op 16 december heeft de Commissie de definitieve herziening van het zogenoemde Vrijstellingsbesluit gepubliceerd. Dit besluit geeft meer ruimte voor het geven van staatssteun voor zowel sociale huur als middenhuur. Dat besluit wordt geanalyseerd en er wordt gewerkt aan het in kaart brengen van de mogelijkheden en de impact. Duidelijk is dat een wijziging van de Woningwet nodig is. Binnenkort zal informeel met de Commissie worden gesproken over wat mogelijk is in de concrete situatie in Nederland. Een nieuw kabinet zal keuzes moeten maken over de implementatie. Corporaties kunnen overigens nu al financieringen afsluiten voor middenhuur waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige borging.
