Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Defensie wil meer juridische en fysieke ruimte voor drone-oefeningen binnen Nederland

Het ministerie van Defensie heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de stappen die worden gezet om binnen Nederland meer ruimte te creëren voor het testen, trainen en oefenen met drones en andere onbemande systemen. De brief volgt op de aangenomen motie van Kamerlid Van Dijk (SGP), die het kabinet verzocht de maximale juridische ruimte op te zoeken en knelpunten in kaart te brengen.

23 March 2026

Kamerstuk: overig

Kamerstuk: overig

De vraag naar meer oefenruimte is urgent. Defensie wijst op de snel groeiende rol van onbemande systemen in moderne conflicten en recente incidenten waarbij het NAVO-luchtruim is geschonden door vijandige drones. Deze ontwikkelingen onderstrepen volgens het ministerie de noodzaak om binnenlands te kunnen oefenen met zowel het gebruik als de bestrijding van dergelijke systemen.

Samenwerking met civiele partners als noodzakelijke schakel

Omdat de dronesector zich razendsnel ontwikkelt, benadrukt Defensie dat samenwerking met civiele partners essentieel is voor innovatie en kennisdeling. In de brief worden meerdere recente initiatieven genoemd. Een voorbeeld is Unmanned Valley op voormalig marinevliegkamp Valkenburg, waar testen met zogenoemde BVLOS-vluchten (Beyond Visual Line of Sight) mogelijk wordt gemaakt. Ook de Quick Response Drone Facility (QRDF) in Marknesse groeit uit tot een locatie waar experimenten veilig kunnen plaatsvinden binnen gereserveerd luchtruim. Deze projecten worden gezamenlijk opgezet met provincies, kennisinstituten en private partijen.

Huidige knelpunten: regelgeving, luchtruim en natuurwetgeving

De brief schetst een reeks knelpunten die het oefenen met drones belemmeren. Vooral de huidige wet- en regelgeving speelt een grote rol: vergunningprocedures zijn lang en complex, onder meer door eisen vanuit de Omgevingswet, natuurwetgeving en de Telecommunicatiewet. Daarnaast is er onvoldoende luchtruim beschikbaar en ontbreekt een heldere juridische basis voor het verwerken van persoonsgegevens die door drones worden verzameld – bijvoorbeeld door camera’s aan boord van militaire systemen.

Ook verschillen de juridische regimes voor militaire en civiele drones: civiele drones vallen onder Europese regelgeving, terwijl voor militaire systemen nog nationale regels gelden die vooral zijn geschreven voor bemande luchtvaart. Dit veroorzaakt extra procedurele barrières.

Oplossingen: wetswijzigingen, meer oefengebieden en een nationaal drone-ecosysteem

Defensie werkt aan een combinatie van juridische, ruimtelijke en organisatorische oplossingen. Een belangrijke stap is het wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid (Wodg), dat moet zorgen voor snellere en eenvoudiger procedures én voor mogelijkheden om af te wijken van bestaande wet- en regelgeving wanneer dat noodzakelijk is voor gereedstelling. Ook komt er een expliciete juridische grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens bij dronetoepassingen. Daarnaast wordt de Telecommunicatiewet aangepast om de toewijzing van frequentieruimte voor militaire oefeningen te verbeteren. Het wetsvoorstel ligt inmiddels voor advies bij de Raad van State.

Parallel daaraan wordt via het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) gewerkt aan meer fysieke oefenruimte. Defensie wil extra maritieme oefengebieden, corridors voor cargodrones en uitbreiding van bestaande terreinen zoals de schietranges. Het NPRD werd eind 2025 vastgesteld, waarbij ruim 1.750 zienswijzen zijn betrokken.

Tot slot wordt via het Actieplan Productiezekerheid Onbemande Systemen (APOS) gebouwd aan een nationaal ecosysteem van bedrijven en kennisinstellingen, met als doel om in Nederland hoogwaardige systemen te kunnen ontwikkelen én om Defensie blijvend toegang te geven tot innovatieve technologie.

Belang voor het omgevingsrecht

De ontwikkelingen raken direct aan het omgevingsrecht, vooral vanwege de ruimtelijke impact van drone-oefengebieden, milieuruimte, natuurvergunningen en de behoefte aan snellere procedures binnen de Omgevingswet. Het aangekondigde flankerende beleid en de wetswijzigingen zullen waarschijnlijk leiden tot aanpassingen in lokale en regionale ruimtelijke plannen, zeker waar Defensie extra oefenterreinen of luchtruimcorridors nodig heeft.

Defensie benadrukt dat de inzet van onbemande systemen een essentieel onderdeel is van de krijgsmacht van de toekomst, en dat daarom zowel de juridische als de fysieke ruimte hiervoor snel en zorgvuldig moet worden vergroot. Met de aangekondigde stappen zegt het ministerie die noodzakelijke modernisering nu in gang te hebben gezet.

Kamerbrief

Beslisnota

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.