De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Elanor Boekholt-O’Sullivan, heeft de Kamervragen van het Tweede Kamerlid Russcher (FVD) beantwoord over de invloed van duurzaamheidsregels – zoals de BENG-eisen – op de woningbouw. Volgens de minister zijn de eisen weliswaar kostenverhogend, maar blijven ze economisch verantwoord en noodzakelijk voor energiezekerheid en klimaatdoelen.

De minister erkent dat de invoering van de Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG)-eisen leidt tot hogere bouwkosten dan wanneer de energiezuinigheid op het oude niveau zou zijn gebleven. Toch blijven de eisen volgens haar gerechtvaardigd: bewoners verdienen de investeringen terug via een structureel lagere energierekening.
Daarnaast wijst zij erop dat veel factoren invloed hebben op de huizenprijs, zoals rente, inflatie, grondprijzen en materiaalkosten. De bijdrage van duurzaamheidsregels is volgens haar relatief beperkt.
Boekholt-O’Sullivan geeft aan dat zij geen signalen heeft dat woningbouwprojecten worden vertraagd of afgeblazen vanwege duurzaamheidsregels. Vergunningstrajecten worden volgens haar niet langer door aanvullende energie- en milieuprestatieberekeningen, omdat deze geïntegreerd zijn in de bestaande procedures.
Op vragen over de afhankelijkheid van subsidies bij nieuwbouw stelt de minister dat het Rijk geen subsidieregelingen verstrekt voor maatregelen die verplicht zijn volgens het Bouwbesluit en de duurzaamheidseisen. De eisen zijn volgens haar bovendien “kostenoptimaal” vormgegeven.
Duurzaamheidseisen gelden volgens Boekholt-O’Sullivan voor alle nieuwbouw, ongeacht prijsklasse. De extra bouwkosten worden dus zowel bij betaalbare woningen als bij duurdere woningen in vergelijkbare mate gemaakt. De minister benadrukt opnieuw dat deze kosten voor bewoners terugverdiend worden.
De minister ziet het realiseren van voldoende betaalbare woningen als een topprioriteit, maar benadrukt tegelijkertijd het belang van klimaatneutrale nieuwbouw vanaf 2030. Bij nieuwe eisen houdt zij rekening met beide belangen.
Ook kleinere ontwikkelaars worden volgens haar niet onevenredig getroffen: bij de invoering van BENG is intensief overleg gevoerd met het MKB, waarbij hun inbreng is meegenomen.
Boekholt-O’Sullivan belooft dat toekomstige aanscherpingen van duurzaamheidseisen altijd getoetst zullen worden op de effecten op bouwkosten en huizenprijzen. Dit gebeurt al via standaard kostenoptimaliteitsstudies die onderdeel zijn van het wetgevingsproces.
