Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Implementatie REDIII brengt beperkte wijzigingen in vergunningverlening, gemeenten krijgen formele rol bij versnellingsgebieden

De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei heeft de Nota naar aanleiding van het verslag aangeboden bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Omgevingswet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet windenergie op zee. Met dit wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan onderdelen van de herziene Europese richtlijn hernieuwbare energie (REDIII) die zien op het versnellen van vergunningprocedures voor hernieuwbare-energieprojecten. Uit de beantwoording van Kamervragen blijkt dat de concrete meerwaarde van deze wijzigingen voor de Nederlandse praktijk beperkt is, maar dat implementatie noodzakelijk is om te voldoen aan Europese verplichtingen.

23 April 2026

De kern van het wetsvoorstel is een zogenoemde zuivere implementatie van REDIII. Dat betekent dat Nederland uitsluitend die wettelijke aanpassingen doorvoert die strikt nodig zijn om aan de richtlijn te voldoen, zonder extra nationale beleidskeuzes toe te voegen. De overheid wijst erop dat het Nederlandse vergunningenstelsel voor hernieuwbare-energieprojecten al grotendeels voldoet aan de maximale termijnen uit de richtlijn. Om die reden wordt niet verwacht dat de nieuwe regels in de praktijk tot substantiële versnelling zullen leiden. Toch acht het kabinet het belangrijk om alle instrumenten die de energietransitie kunnen ondersteunen formeel beschikbaar te maken.

Een belangrijk element van REDIII is de mogelijkheid om zogenoemde versnellingsgebieden aan te wijzen. In deze gebieden kan op projectniveau worden volstaan met een lichtere toets, de zogenaamde screening, in plaats van een volledige milieueffectrapportage en natuurtoets. Voorwaarde is wel dat op planniveau al een uitgebreid plan-MER en, waar nodig, een passende beoordeling zijn uitgevoerd. In de nota wordt benadrukt dat deze aanpak ook risico’s met zich kan brengen, omdat het onderzoek in de planfase juist zwaarder en gedetailleerder moet zijn. Per saldo verwacht het kabinet daarom dat bevoegde gezagen terughoudend zullen zijn met het aanwijzen van versnellingsgebieden en dat er waarschijnlijk weinig tot geen projecten daadwerkelijk gebruik van zullen maken.

Voor gemeenten is vooral van belang dat zij expliciet bevoegd worden om versnellingsgebieden aan te wijzen. Deze keuze is gemotiveerd vanuit het subsidiariteitsbeginsel van de Omgevingswet, waarbij bevoegdheden zo laag mogelijk in het bestuur worden belegd. Gemeenten kunnen daarmee zelf beoordelen of het aanwijzen van een versnellingsgebied in hun lokale situatie toegevoegde waarde heeft. Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat natuurgebieden, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland, zoveel mogelijk worden ontzien. Slechts als er geen redelijke alternatieven zijn, kan onder strikte voorwaarden van deze bescherming worden afgeweken.

De nota laat ook zien dat andere waarborgen van het omgevingsrecht ongewijzigd blijven. Afstandsnormen, milieuregels en de bescherming van omwonenden bij wind- en andere energieprojecten worden door dit wetsvoorstel niet aangepast. Evenmin verandert de ruimtelijke afweging die bevoegde gezagen moeten maken bij projectbesluiten. Het wetsvoorstel is erop gericht procedures te stroomlijnen, niet om inhoudelijke normen te versoepelen.

Daarnaast regelt REDIII dat voor een deel van de hernieuwbare-energieprojecten beroep in eerste en enige aanleg bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State openstaat. Volgens het kabinet leidt dit niet tot een hogere werklast bij de Afdeling, omdat voor veel grote energieprojecten deze route nu al geldt. Wel vervalt hiermee een instantie in de rechtsgang, wat in theorie bijdraagt aan een kortere doorlooptijd.

Voor net- en opslaginfrastructuur, zoals elektriciteitsnetten en waterstof- en energieopslag, kunnen de nieuwe instrumenten iets meer effect hebben dan bij windenergie op zee. Daar is het bestaande plan- en vergunningenstelsel al sterk uitgewerkt, waardoor extra versnelling nauwelijks mogelijk is. Ook hier geldt echter dat eventuele tijdwinst vooral afhankelijk is van keuzes van het bevoegd gezag en de bereidheid om versnellingsgebieden aan te wijzen.

Tot slot blijkt uit de nota dat het kabinet de gevolgen van REDIII voor medeoverheden beperkt acht. In overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg is geconcludeerd dat de administratieve lasten naar verwachting niet toenemen, juist omdat naar verwachting weinig gebruik zal worden gemaakt van de nieuwe versnellingsinstrumenten. De latere uitwerking van REDIII vindt plaats in een algemene maatregel van bestuur, die pas aan de Kamers wordt voorgelegd nadat het wetsvoorstel is aanvaard.

Voor gemeenten betekent dit wetsvoorstel vooral dat het bestaande omgevingsrechtelijke kader intact blijft, maar dat zij er een formele bevoegdheid bij krijgen die in specifieke gevallen kan worden ingezet om duurzame energieprojecten sneller mogelijk te maken. Tegelijkertijd onderstreept de Nota naar aanleiding van het verslag dat versnelling geen automatisme is en dat zorgvuldige ruimtelijke en milieutechnische afwegingen ook onder REDIII centraal blijven staan.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.