De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de koers van het kabinet op het terrein van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. In de Kamerbrief en bijbehorende werkagenda schetst het kabinet een samenhangende aanpak om het woningtekort terug te dringen, de regie op de ruimte te versterken en te zorgen voor betaalbaar, duurzaam en passend wonen in een leefbare omgeving.

Centraal in het beleid staat de ambitie om toe te groeien naar een bouwproductie van 100.000 woningen per jaar. Het huidige woningtekort raakt steeds meer mensen direct in hun dagelijks leven en vraagt volgens het kabinet om stevige en blijvende inzet. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar nieuwbouw, maar ook naar intensiever gebruik van de bestaande woningvoorraad, zoals woningdeling, optoppen en transformatie van gebouwen. Tegelijkertijd onderkent de minister dat factoren als stikstofbeperkingen, netcongestie, stijgende bouwkosten en geopolitieke onzekerheden het realiseren van deze ambitie complex maken. Om die reden is een Taskforce Versnellen Woningbouw ingesteld, waarin Rijk, medeoverheden en marktpartijen samenwerken aan een integraal programma om het bouwtempo structureel op te voeren.
Naast kwantiteit legt het kabinet nadrukkelijk de nadruk op betaalbaarheid. Bij nieuwe woondeals blijft de inzet dat tweederde van de nieuwbouw betaalbaar is, met een belangrijk aandeel sociale huur en betaalbare koop. Om deze doelen beter te kunnen afdwingen en de samenhang tussen Rijk, provincies en gemeenten te versterken, wordt gewerkt aan de Wet versterking regie volkshuisvesting, die naar verwachting in de zomer van 2026 in werking treedt. Deze wet geeft het Rijk meer mogelijkheden om te sturen op aantallen, locaties en doelgroepen, en verplicht medeoverheden expliciet aandacht te besteden aan aandachtsgroepen zoals starters, ouderen en urgent woningzoekenden.
De Kamerbrief gaat verder dan volkshuisvesting alleen en plaatst de woningbouwopgave nadrukkelijk in een bredere ruimtelijke context. Nederland staat voor een stapeling van claims op de schaarse ruimte, onder meer door de energietransitie, natuurherstel, klimaatadaptatie, landbouw en defensie. Om hierin samenhangende keuzes te maken, werkt het kabinet aan de afronding van de Nota Ruimte, die fungeert als nationale omgevingsvisie tot 2050, met een doorkijk naar 2100. Deze nota moet richting geven aan de verdeling en het meervoudig gebruik van de ruimte en vormt de basis voor gebiedsgerichte uitvoering via de NOVEX-aanpak, waarin Rijk en regio gezamenlijk optrekken.
Een belangrijk onderdeel van het beleid is de expliciete koppeling tussen ruimtelijke keuzes en instrumentarium. Het kabinet wil actiever gebruikmaken van de mogelijkheden van de Omgevingswet, waaronder experimenteerruimte en het omgevingsplan, om procedures te versnellen en innovatieve oplossingen mogelijk te maken. Ook het grondbeleid krijgt een prominentere rol, met maatregelen om grond sneller en tegen redelijke prijzen beschikbaar te krijgen voor maatschappelijke opgaven. Daarmee wordt beoogd speculatie tegen te gaan en publieke investeringen beter te financieren.
Tot slot benadrukt de minister dat volkshuisvesting onlosmakelijk verbonden is met leefbaarheid en duurzaamheid. Het beleid richt zich op energiezuinige woningen met gezonde binnenklimaten, betaalbare energielasten en aandacht voor funderingsproblematiek, klimaatadaptatie en sociale cohesie in buurten. De werkagenda laat zien dat de komende periode een reeks wetsvoorstellen, beleidsbrieven en uitvoeringsstappen volgt, waarmee het kabinet de omslag wil maken van beleidsvorming naar daadwerkelijke realisatie.
Voor het omgevingsrecht zijn deze plannen relevant omdat zij de komende jaren zullen doorwerken in regelgeving, gebiedsontwikkeling en de inzet van juridische instrumenten. De Kamerbrief markeert daarmee een verdere verschuiving naar centrale regie, integrale afwegingen en een nauwere verwevenheid van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening binnen het stelsel van de Omgevingswet.
