Verschillende Tweede Kamerfracties hebben stevige kritiek geuit op de voortgang van de Actieagenda Industrie en Omwonenden. Uit het schriftelijk overleg blijkt dat veel partijen, waaronder D66, GroenLinks-PvdA, Partij voor de Dieren en in mindere mate CDA en VVD, zich zorgen maken over het gebrek aan concrete maatregelen om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen tegen industriële vervuiling.

D66 benadrukt dat gezondheid leidend moet zijn en dat vergunningen sneller en strenger moeten kunnen worden aangepast. GroenLinks-PvdA vindt dat de staatssecretaris te veel rekening houdt met belangen van de industrie en te weinig met omwonenden, en pleit voor striktere emissienormen, sterkere handhaving en wettelijke verankering van gezondheidstoetsing. De Partij voor de Dieren spreekt van jarenlange stilstand: volgens hen blijven echte maatregelen uit en worden onderzoeken, pilots en overlegtafels gebruikt om échte actie uit te stellen.
De VVD en BBB richten zich vooral op de economische gevolgen: zij vrezen dat te strenge maatregelen de concurrentiepositie en vestigingszekerheid van industrieën onder druk zetten. De CDA-fractie vraagt om duidelijkheid over meetmethoden, vergunningprocessen en de capaciteit bij omgevingsdiensten.
Overkoepelend is de boodschap dat het vertrouwen van omwonenden laag is, dat toezichthouders onvoldoende middelen hebben en dat het huidige stelsel complex en traag is. Veel partijen willen snellere, juridisch verankerde stappen om schadelijke emissies te beperken en gezondheid beter te beschermen.
