De inzet van extra provinciale regels om netcongestie tegen te gaan leidt tot vragen over de gevolgen voor de voortgang en betaalbaarheid van de woningbouw. Aanleiding vormen Kamervragen van de leden Mooiman en Kops (beiden PVV) over het voornemen van de provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht om nieuwbouwprojecten verplicht ‘netbewust’ te laten ontwikkelen. Volgens de Kamerleden dreigen dergelijke eisen de bouw van woningen verder te vertragen en duurder te maken in een periode van aanhoudende woningnood.

In de beantwoording erkent de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dat netcongestie een steeds grotere belemmering vormt voor woningbouwprojecten. De schaarste aan capaciteit op het elektriciteitsnet raakt inmiddels grote delen van het land en noopt overheden tot ingrijpende keuzes. Tegelijkertijd benadrukt de minister dat woningbouw binnen het nieuwe landelijke prioriteringskader voor elektriciteitstransport een duidelijke maatschappelijke prioriteit houdt. Hoewel vanaf 1 juli 2026 de oude praktijk van het reserveren van netcapaciteit voor toekomstige aansluitingen vervalt, blijft woningbouw ondergebracht in een hoge prioriteitscategorie, direct na congestieverzachters en essentiële veiligheidsfuncties.
De Kamervragen leggen een spanning bloot tussen provinciale regeldruk en de landelijke ambitie om kostenverhogende eisen voor de bouw te beperken. De minister stelt voorop dat het Besluit bouwwerken leefomgeving een uniforme, landelijke regeling bevat voor bouwtechnische eisen en dat strengere of aanvullende lokale regels op dit punt niet zijn toegestaan. In dat kader herhaalt hij het kabinetsbeleid om bovenwettelijke eisen aan de bouw te schrappen en te waken voor versnippering van regelgeving. Ontwikkelaars en gemeenten moeten overal in Nederland kunnen uitgaan van dezelfde bouwtechnische normen.
Tegelijkertijd ziet de minister ‘netbewust bouwen’ als een noodzakelijke maatregel om de schaarse netcapaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten. Volgens het kabinet kunnen door slimmer energiegebruik en -opwekking meer woningen worden gerealiseerd zonder dat het net verder overbelast raakt. Samen met de sector wordt gewerkt aan beter inzicht in de kosten en baten van deze aanpak, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de mogelijke extra investeringen, maar ook naar maatschappelijke opbrengsten en energiebesparing voor toekomstige bewoners.
De beantwoording gaat ook in op de vraag in hoeverre provincies en gemeenten aanvullende eisen gebruiken om vergunningen te weigeren. De minister kondigt aan te werken aan een verduidelijking van de bevoegdheidsverdeling tussen het Rijk, provincies en gemeenten, onder meer in relatie tot het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingswet. Deze wetsuitleg moet helder maken waar de grenzen liggen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke sturing door decentrale overheden. Daarnaast worden signalen over knellende aanvullende eisen opgepakt via de regionale en landelijke versnellingstafels woningbouw.
Tot slot benadrukt de minister dat het terugdringen van het woningtekort topprioriteit blijft en dat beleid gericht op het tegengaan van netcongestie hier onlosmakelijk mee is verbonden. De Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw werkt aan concrete voorstellen om te voorkomen dat woningbouwprojecten door gebrek aan netcapaciteit stilvallen. Daarbij wordt nauw samengewerkt met provincies, gemeenten, netbeheerders en toezichthouders om binnen het nieuwe prioriteringskader voldoende ruimte te blijven bieden voor de bouw van woningen.
De Kamervragen maken duidelijk dat de omgang met netcongestie niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook een juridisch en bestuurlijk spanningsveld oproept. De komende periode zal moeten blijken hoe de balans wordt gevonden tussen provinciale sturing, uniforme bouwregels en de noodzaak om de woningbouw ondanks toenemende netbeperkingen vlot te trekken.
