Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Nieuw Amsterdams datacentrum valt buiten hyperscale‑verbod, zorgen blijven

Het debat over de komst van een nieuw datacentrum in het Amsterdamse havengebied blijft de gemoederen bezighouden. Maatschappelijke organisaties uitten begin dit jaar scherpe zorgen over de impact van het project op het overbelaste stroomnet, de schaarse ruimte en de bredere strategische afhankelijkheid van grote techbedrijven. Kamerleden Kostic en Teunissen (PvdD) legden deze zorgen voor aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De beantwoording laat een duidelijk spanningsveld zien tussen lokale besluitvorming, landelijke regelgeving en maatschappelijke verwachtingen.

2 April 2026

Centraal staat de vraag of dit datacentrum — dat bestaat uit drie torens aan de Plimsollweg — onder het landelijke verbod op hyperscale‑datacentra zou moeten vallen. Volgens het ministerie is dat niet het geval. Omdat de bouwvergunningen al in 2019 en 2020 zijn aangevraagd en verleend, dus vóórdat het Rijk regels invoerde, en omdat het totale vloeroppervlak met 2,2 hectare ruim onder de grens van 10 hectare blijft, is de ontwikkeling formeel toegestaan. Ook het aansluitvermogen voldoet niet aan de drempel die het rijk hanteert voor hyperscales. Daarmee geldt dit project juridisch niet als het type megadatacentrum dat sinds 2022 landelijk wordt tegengehouden.

Toch erkent de minister de maatschappelijke zorgen. Het datacentrum vraagt een grote hoeveelheid stroom — in totaal 99 megawatt — in een regio waar de netcapaciteit al jaren onder druk staat. Omdat de ontwikkelaar zijn transportcapaciteit al vroeg contracteerde, nog vóór het afkondigen van netcongestie, kan deze reservering niet worden teruggedraaid ten gunste van andere projecten zoals woningbouw of zorgvoorzieningen. Dat leidt tot begrijpelijk ongemak, stelt het ministerie, maar het volgt uit eerder gemaakte afspraken waar het rijk niet in kan ingrijpen.

Inhoudelijk wijst de minister daarnaast op de decentrale verantwoordelijkheden. Amsterdam en de provincie Noord-Holland hebben de ruimtelijke en milieutechnische besluiten genomen. Vergunningen zijn correct verleend volgens destijds geldende regels, waardoor herroeping of aanpassing volgens het rijk juridisch niet aan de orde is. Daarmee ligt de mogelijkheid om besluiten te heroverwegen primair bij de lokale overheden, niet bij het rijk.

Ook de vraag of het datacentrum de strategische digitale autonomie van Nederland onder druk zet, werd uitgebreid besproken. Het Rijk benadrukt dat datacenters op zichzelf niet leiden tot afhankelijkheid van buitenlandse partijen, omdat die afhankelijkheid vooral voortkomt uit keuzes van organisaties voor bepaalde cloudproviders. Wel onderstreept de minister dat het kabinet werkt aan mogelijkheden voor meer soevereine cloudopties én dat afnemers, zeker overheidsinstanties, zelf kritisch moeten beoordelen welke risico’s zij lopen, bijvoorbeeld onder de Amerikaanse CLOUD Act.

Tegelijkertijd ziet de minister geen aanwijzingen dat het nieuwe datacentrum zou worden ingezet voor doeleinden die strijdig zijn met mensenrechten, zoals in eerdere internationale berichtgeving over ander gebruik van Microsoft‑servers werd gesuggereerd. De desbetreffende dienstverlening is volgens Microsoft beëindigd en het nieuwe datacentrum is nog niet operationeel.

De discussie over de toekomst van dit soort datacentra is echter niet klaar. Een motie van het Kamerlid Grinwis, die oproept om de juridische criteria voor datacenters verder aan te scherpen, is aangenomen. Het kabinet onderzoekt daarom of extra beleid nodig is om toekomstige ontwikkelingen beter te kunnen sturen, zeker nu de maatschappelijke druk op het stroomnet en de ruimtelijke ordening verder toeneemt.

Hoewel de minister begrip toont voor de zorgen, maakt zij tegelijkertijd duidelijk dat dit specifieke project past binnen het huidige wettelijke kader en dat verdere stappen vooral op lokaal niveau liggen. Daarmee blijft de casus een illustratie van de spanningen tussen eerdere vergunningverlening, nieuwe landelijke beleidslijnen en groeiende maatschappelijke urgentie rond ruimte, energie en digitale autonomie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.