Het Rijk zet een nieuwe stap in de verduurzaming van de landbouw met de start van het proces voor een nationaal convenant gewasbeschermingsmiddelen. In een Kamerbrief en een bijbehorende beslisnota informeert de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de Tweede Kamer over de aanpak om samen met de plantaardige sector bindende afspraken te maken over het terugdringen van schadelijke chemische middelen. Het traject past binnen de ambities uit het coalitieakkoord en raakt direct aan de doelstellingen van de Omgevingswet en het bredere omgevingsrecht.

Aanleiding voor het convenant is de blijvende zorg over de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op mens, natuur en milieu. Hoewel het gebruik en de verkoop van chemische middelen in de afgelopen jaren zijn afgenomen, blijkt uit monitoring dat Nederland nog niet op koers ligt om in 2027 te voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast bestaan er zorgen over risico’s voor omwonenden en effecten op kwetsbare natuur, waaronder Natura 2000-gebieden. Deze opgaven vragen volgens het kabinet om een meer dwingende en langjarige aanpak dan tot nu toe het geval was.
Het beoogde convenant krijgt een nationale en bindende status en moet duidelijkheid bieden aan agrarische ondernemers over de koers richting 2040. De inzet is gericht op het verder verminderen van emissies naar bodem, water en lucht en op het terugdringen van het gebruik van de meest schadelijke werkzame stoffen. Daarbij sluit het proces aan bij het uitgangspunt van geïntegreerde gewasbescherming, waarin preventie, monitoring en niet-chemische maatregelen vooropstaan en chemische middelen alleen nog als laatste redmiddel worden ingezet.
Voor het omgevingsrecht is dit traject relevant omdat het convenant nadrukkelijk wordt verbonden met bestaande en toekomstige wettelijke kaders. De afspraken moeten bijdragen aan het behalen van milieukwaliteitsnormen uit Europese richtlijnen en worden ingebed in nationale instrumenten, zoals het nieuwe Nationaal Actieplan duurzaam gebruik gewasbeschermingsmiddelen. Daarmee ontstaat een samenhang tussen vrijwillige afspraken met een bindend karakter en publiekrechtelijke normen die onder de Omgevingswet worden toegepast door Rijk, provincies en gemeenten.
De Kamerbrief schetst een strak tijdpad. Het kabinet wil uiterlijk voor de zomer een convenant op hoofdlijnen sluiten, zodat er snel duidelijkheid ontstaat voor de sector en voor medeoverheden die te maken krijgen met handhavingsverzoeken en gebiedsgerichte maatregelen. In een latere fase zullen de hoofdafspraken verder worden uitgewerkt en mogelijk worden aangevuld met sectorspecifieke deelconvenanten. Evaluatiemomenten moeten ervoor zorgen dat tijdig kan worden bijgestuurd als doelen niet worden gehaald.
De beslisnota laat zien dat het kabinet het convenant niet ziet als een vrijblijvend traject, maar als een noodzakelijk instrument om juridische en milieuknelpunten te voorkomen. Door eerder en scherper afspraken te maken met de sector wil het Rijk voorkomen dat provincies en gemeenten via het omgevingsrecht afzonderlijk en versnipperd moeten ingrijpen. Daarmee onderstreept het convenant de toenemende verwevenheid tussen samenwerking met maatschappelijke partijen en de juridische borging van omgevingsdoelen binnen het stelsel van de Omgevingswet.
