De ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Infrastructuur en Waterstaat hebben op 13 april 2026 de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop klimaatrisico’s worden meegenomen bij ruimtelijke besluiten. Aanleiding vormen Kamervragen van het GroenLinks‑PvdA‑lid Zalinyan over de vraag in hoeverre overheden bij woningbouw en gebiedsontwikkeling rekening houden met risico’s zoals wateroverlast, overstromingen, hitte, droogte en funderingsproblemen.

In de beantwoording benadrukt het kabinet dat de effecten van klimaatverandering expliciet worden betrokken bij rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. In de Ontwerp‑Nota Ruimte is vastgelegd dat bij het plannen en ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke ingrepen systematisch rekening moet worden gehouden met huidige en toekomstige klimaatrisico’s. Dit vertaalt zich onder meer in keuzes over waar wel en waar niet wordt gebouwd, zoals het beperken van nieuwe bebouwing in uiterwaarden en het nadrukkelijk meenemen van water en bodem bij ontwikkelingen in kwetsbare gebieden. Ook in de NOVEX‑gebieden worden deze risico’s meegewogen in ontwikkelperspectieven en uitvoeringsagenda’s, in nauwe samenwerking tussen Rijk en decentrale overheden.
Het kabinet wijst erop dat gemeenten en andere partijen bij gebiedsontwikkeling gebruik kunnen maken van ondersteunende instrumenten die zijn ontwikkeld om klimaatbestendig bouwen te bevorderen. Daarbij gaat het onder meer om een afwegingskader voor klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling en een landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Deze instrumenten zijn bedoeld om richting te geven, zonder het lokaal maatwerk en innovatieve oplossingen te beperken. Gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor de locatiekeuze en invulling van woningbouwprojecten, maar krijgen via deze kaders handvatten om risico’s eerder in beeld te brengen.
In de beantwoording wordt ook aandacht besteed aan de samenhang met de Omgevingswet. Het kabinet benadrukt dat het tijdig betrekken van waterschappen bij planvorming essentieel is om waterbelangen goed te kunnen wegen. In dat kader zijn op de Woontop van 2024 afspraken gemaakt om de samenwerking tussen gemeenten en waterschappen te verbeteren, zodat klimaatrisico’s vroeg in het proces worden meegenomen en vertragingen in een later stadium worden voorkomen. Deze werkwijze sluit aan bij de bedoeling van de Omgevingswet om integraal en toekomstgericht te plannen.
Daarnaast gaat de Kamerbrief in op de informatievoorziening over klimaatrisico’s richting inwoners en marktpartijen. Voor overheden en professionals is hiervoor onder meer de Klimaateffectatlas beschikbaar, waarin actuele gegevens over hitte, wateroverlast, overstromingsrisico’s en droogte zijn ontsloten tot op buurtniveau. Voor de financiële sector is daarnaast de Dutch Climate Risk Portal ontwikkeld, die inzicht geeft in fysieke klimaatrisico’s in relatie tot investeringen en verzekerbaarheid. Volgens het kabinet is het belangrijk dat verschillende doelgroepen toegang hebben tot begrijpelijke en juiste informatie, om verkeerde aannames en ongewenste effecten op bijvoorbeeld hypotheekverstrekking of verzekeringen te voorkomen.
Het kabinet erkent dat niet alle inwoners zich voldoende bewust zijn van klimaatrisico’s in hun leefomgeving. Daarom wordt ingezet op verdere bewustwording en het bieden van handelingsperspectief, onder meer via bestaande informatieplatforms en de ontwikkeling van de Waterwijzer Gebouwen. Een verplicht klimaat- of waterlabel bij verkoop of verhuur van woningen ziet het kabinet op dit moment nog niet als een passende stap, maar er wordt wel onderzocht hoe informatie laagdrempeliger en beter toegankelijk kan worden gemaakt.
Tot slot benadrukken de ministers dat klimaatadaptatie geen vrijblijvende opgave is. De uitgangspunten uit de Nationale Klimaatadaptatiestrategie en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie werken door in nationale programma’s en zullen via de definitieve Nota Ruimte kaderstellend zijn voor toekomstige ruimtelijke keuzes. Daarmee wil het Rijk borgen dat woningbouw en gebiedsontwikkeling ook op de lange termijn veilig, leefbaar en toekomstbestendig blijven.
