De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft samen met de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei de Tweede Kamer geïnformeerd over de onrust die leeft onder inwoners van Moerdijk. Aanleiding vormen Kamervragen over de mogelijke uitbreiding van het haven- en industriecluster en de gevolgen daarvan voor het dorp en de directe leefomgeving. Uit de beantwoording en de bijbehorende beslisnota blijkt dat het kabinet het gevoel van onzekerheid bij bewoners herkent, maar dat er op korte termijn nog geen definitieve duidelijkheid kan worden geboden.

In de antwoorden benadrukt het kabinet dat Moerdijk onderdeel is van een energie-intensief industriecluster dat in de ontwerp-Nota Ruimte is aangewezen als van nationaal belang. Rondom de haven spelen meerdere grootschalige energieprojecten die volgens het kabinet noodzakelijk zijn voor de toekomstige energievoorziening en economische weerbaarheid van Nederland. Tegelijkertijd wordt erkend dat deze nationale opgaven diep kunnen ingrijpen in het leven van inwoners en ondernemers, vooral wanneer langdurige onzekerheid ontstaat over de toekomst van hun dorp.
Het kabinet geeft aan dat de komende periode in het teken staat van het bepalen van een voorkeursrichting voor de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Daarbij wordt samengewerkt met de provincie Noord-Brabant, de betrokken gemeenten en het waterschap. Het voornemen is om in juni 2026 duidelijkheid te geven over deze voorkeursrichting. Volgens de minister is het van belang dat deze keuze robuust en toekomstbestendig is, zodat zij standhoudt in de verdere planologische en juridische procedures. Tot dat moment blijft het Rijk, samen met provincie en gemeente, in gesprek met de inwoners via bestaande overlegstructuren, zoals de dorpstafel.
Voor het omgevingsrecht is van belang dat het kabinet benadrukt dat er vooralsnog geen onomkeerbare besluiten worden genomen. Na een eventuele keuze voor een ontwikkelrichting volgt nog een uitgebreid planologisch traject, waaronder een milieueffectrapportage. In die fase worden effecten op leefbaarheid, milieu en omgeving nader onderzocht en afgewogen. Pas na afronding van deze procedures, die naar verwachting meerdere jaren in beslag nemen, kunnen definitieve besluiten worden genomen over uitvoering.
Ook op financieel en juridisch vlak wordt nog geen vooruitgelopen op concrete uitkomsten. Er zijn nog geen middelen gereserveerd op de Rijksbegroting en er is nog geen uitgewerkt pakket voor compensatie, herhuisvesting of leefbaarheidsmaatregelen vastgesteld. Het kabinet geeft aan dat deze onderwerpen onderdeel zullen zijn van de latere besluitvorming en dat daarbij zorgvuldig moet worden gekeken naar proportionaliteit, rechtszekerheid en de kwaliteit van de leefomgeving.
De beantwoording van de Kamervragen laat zien hoe grootschalige nationale ruimtelijke opgaven kunnen botsen met lokale belangen en leefbaarheid. Voor de praktijk van het omgevingsrecht onderstreept dit dossier het belang van gefaseerde besluitvorming, transparante procedures en voortdurende betrokkenheid van bewoners bij ontwikkelingen die diep ingrijpen in hun leefomgeving.
