Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Ruimte voor efficiënte biomassaketels binnen Omgevingswet en Bbl verduidelijkt

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden voor het toepassen van efficiënte biomassaketels in warmtetransitiegebieden. Aanleiding vormden Kamervragen van het lid Flach (SGP) over de vraag of biomassaketels nog passen binnen de energieprestatie-eisen die gelden op grond van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, het bijbehorende besluit en de systematiek van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De beantwoording geeft gemeenten meer duidelijkheid over de ruimte die het stelsel biedt bij de uitvoering van het omgevingsplan en de beoordeling van alternatieve verwarmingssystemen.

21 April 2026

Gemeenten kunnen op basis van de Omgevingswet gebieden aanwijzen die op termijn van het aardgas af gaan. In zulke warmtetransitiegebieden mogen gebouweigenaren onder voorwaarden kiezen voor een eigen alternatief voor ruimteverwarming, mits dit alternatief gasloos is en voldoet aan een minimale energieprestatie-eis. In het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is deze eis vastgelegd op een waarde van 0,7 voor de energieprestatie van het technische bouwsysteem voor ruimteverwarming. Deze grens sluit aan bij de doelstellingen van energie-efficiëntie en netbelasting en vormt een belangrijk toetsingskader voor gemeenten in samenhang met het Bbl.

In de Kamer ontstond de vraag of deze norm betekent dat biomassaketels in de praktijk worden uitgesloten. Volgens de minister is dat niet het geval. Op basis van aanvullende berekeningen van Stichting W/E adviseurs blijkt dat moderne, automatisch gestookte biomassaketels met een hoog opwekrendement onder voorwaarden kunnen voldoen aan de gestelde energieprestatie-eis. Daarbij gaat het om ketels met een rendement van circa 90 procent of hoger, gecombineerd met relatief eenvoudige maatregelen zoals goed geïsoleerde leidingen en een zorgvuldig ingeregeld verwarmingssysteem. Deze berekeningen zijn uitgevoerd met de rekentool die ook wordt gebruikt binnen het stelsel van de energieprestatie-eisen voor technische bouwsystemen.

Het meegezonden memo laat zien dat er meerdere commercieel verkrijgbare biomassaketels zijn die aan deze voorwaarden voldoen. Vooral bij grondgebonden woningen wordt de grenswaarde relatief eenvoudig gehaald, terwijl bij appartementen en andere meergezinswoningen soms een hoger rendement nodig is. De minister verwacht dat de markt zich verder ontwikkelt en dat het aandeel systemen dat voldoet aan de norm de komende jaren zal toenemen. Daarmee blijft er binnen het wettelijk kader ruimte voor biomassa als individuele oplossing, naast alternatieven zoals warmtenetten of all-electric systemen.

Voor gemeenten is deze verduidelijking relevant bij de uitvoering van warmtetransitiebeleid onder de Omgevingswet. De beantwoording onderstreept dat het stelsel bewust flexibiliteit biedt via de opt-outregeling, zolang wordt voldaan aan de vastgestelde energieprestatie-eisen. In de praktijk betekent dit dat gemeenten bij meldingen of vergunningprocedures biomassaketels niet op voorhand hoeven uit te sluiten, maar kunnen toetsen aan de prestatie-eis zoals die volgt uit het besluit en het Bbl.

De minister geeft aan de vinger aan de pols te houden via overleg met de sector en het Overlegplatform Bouwregelgeving. Mocht in de praktijk blijken dat zich knelpunten voordoen, dan kan dit aanleiding zijn voor nadere maatregelen of verduidelijkingen. Vooralsnog bevestigt de beantwoording dat het huidige stelsel gemeenten voldoende handvatten biedt om binnen de Omgevingswet en het Bbl maatwerk te leveren, terwijl tegelijkertijd wordt gestuurd op energie-efficiënte en toekomstbestendige verwarmingsoplossingen.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.