De uitvoering van de Europese Natuurherstelverordening krijgt in Nederland steeds concreter vorm binnen het stelsel van de Omgevingswet. Met de recent gepubliceerde voortgangsbrief aan de Tweede Kamer, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het plan-MER en een bijbehorende beslisnota is een belangrijke volgende stap gezet richting het Nationaal Natuurplan. Dit plan wordt hét centrale programma waarmee Nederland invulling geeft aan de Europese verplichting om ecosystemen te herstellen en verdere achteruitgang van natuur te voorkomen.

De Natuurherstelverordening is sinds augustus 2024 rechtstreeks van toepassing en verplicht lidstaten tot het opstellen van een nationaal herstelplan. In Nederland wordt dit Natuurplan verankerd als verplicht programma onder de Omgevingswet. Daarmee krijgt het plan een duidelijke plek in het omgevingsrecht en vormt het een kader voor toekomstige besluiten over natuur, water, landbouw en ruimtegebruik. Het Rijk is verantwoordelijk voor het beleidsmatige kader, terwijl provincies en andere decentrale overheden een centrale rol spelen bij de gebiedsgerichte uitvoering.
In de voortgangsbrief schetst de minister hoe wordt toegewerkt naar een Ontwerp-Natuurplan dat deze zomer met de Kamer wordt gedeeld. Dat ontwerp laat de strategische keuzes zien: welke doelen worden nagestreefd, langs welke lijnen en met welke instrumenten. Het definitieve Natuurplan, dat uiterlijk in september 2027 bij de Europese Commissie moet worden ingediend, vertaalt deze keuzes vervolgens naar concrete maatregelen, inclusief financiering en afspraken over uitvoering en monitoring. Het kabinet benadrukt daarbij een aanpak die zowel realistisch als samenhangend is, onder meer door aan te sluiten bij bestaand beleid zoals de stikstofaanpak en natuurprogramma’s.
Een essentieel onderdeel van dit traject is de milieueffectrapportage. Omdat het Natuurplan mogelijk kaderstellend is voor latere besluiten en omdat de maatregelen gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, wordt een plan-MER opgesteld. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau vormt de start van deze procedure en beschrijft welke milieuthema’s worden onderzocht, hoe beleidsvarianten worden vergeleken en met welk detailniveau de effecten in beeld worden gebracht. Het MER kijkt daarbij niet alleen naar klassieke milieuthema’s zoals natuur, water en bodem, maar ook naar bredere effecten op wonen, economie en welzijn, in lijn met het Rad van de Leefomgeving uit de Nationale Omgevingsvisie.
De plan-MER loopt parallel aan het opstellen van het Ontwerp-Natuurplan. Vanaf dit voorjaar worden de milieueffecten in kaart gebracht, waarna het MER samen met het ontwerpplan ter inzage wordt gelegd. Belanghebbenden krijgen daardoor de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen, wat past bij de participatiegedachte van de Omgevingswet. De resultaten van deze consultatie en het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage worden betrokken bij de verdere uitwerking van het definitieve Natuurplan.
Naast het plan-MER wordt in de voortgangsbrief uitgebreid ingegaan op de stand van zaken rond monitoring, wetgeving en bestuurlijke afspraken. Voor een goede uitvoering van de Natuurherstelverordening is aanvullend inzicht nodig in de staat van de natuur, ook buiten Natura 2000-gebieden. Die monitoring wordt zoveel mogelijk geïntegreerd met bestaande systemen, maar waar nodig uitgebreid. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan uitvoeringswetgeving die de Omgevingswet aanpast, zodat taken, bevoegdheden en instrumenten voor natuurherstel juridisch helder zijn belegd.
Gezamenlijk laten de stukken zien hoe het omgevingsrecht steeds meer het kader vormt waarin Europese natuurdoelen, nationale beleidskeuzes en gebiedsgerichte uitvoering samenkomen. De komende maanden worden bepalend voor de inhoud van het Ontwerp-Natuurplan en voor de manier waarop natuurherstel een structurele plek krijgt binnen de brede afwegingen van de Omgevingswet.
