Gemeenten en politie hebben 10 principes opgesteld voor cameratoezicht in de openbare ruimte. De afspraken verduidelijken de rolverdeling bij handhaving van de openbare orde en bieden gemeenten en politie één gezamenlijk kader voor de inzet van toezicht en nieuwe technologie.

De 10 principes voor de inzet van cameratoezicht onder artikel 151c van de Gemeentewet (pdf, 95 kB)
In de afgelopen decennia zijn regionaal verschillende werkwijzen ontstaan die niet altijd aansloten bij de wettelijke bepalingen. Dit leidde onder meer tot onduidelijkheid over de rolverdeling tussen gemeenten en politie. De nieuwe principes bieden hiervoor één gezamenlijk uitgangspunt en versterken zo de samenwerking.
De burgemeester kan besluiten tot het plaatsen van camera’s op locaties waar sprake is van structurele onveiligheid, wanordelijkheden of verstoringen van de openbare orde. Het gaat daarbij om situaties die strafbaar zijn volgens het Wetboek van Strafrecht of de Algemene plaatselijke verordening (APV). Bij deze vorm van cameratoezicht zijn meerdere publieke partijen betrokken: de gemeenteraad, burgemeester, politie en officier van justitie. De principes verduidelijken hoe deze partijen binnen de wettelijke kaders samenwerken.
Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk om op steeds meer manieren gegevens te verzamelen in de openbare ruimte. Naast vaste camera’s gaat het bijvoorbeeld om geluidssensoren, telcamera’s, wifi tracking en inzet van drones. De vastgestelde principes zijn techniekonafhankelijk. Dat betekent dat dezelfde uitgangspunten blijven gelden, ook wanneer nieuwe toepassingen worden ontwikkeld.
