Vorige week wilde ik een reeks posts plaatsen over het rapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet. Dat lukte niet: Werk aan de winkel is een feest van herkenning, maar helaas niet in positieve zin. Dat kwam binnen.

Het bleef bij mijn post over het confettikanon: in theorie leidt het tot praktische flexibiliteit, in de praktijk een bron van versnippering. Veel gebeurt onbewust (logisch, dit is complexe materie), maar soms wordt het confettikanon bewust ingezet om 1 + 1 = 3 vergund te krijgen.
Tegelijk: er zijn óók goede voorbeelden. Vergunningenmanagers die samen met het bevoegd gezag een integrale vergunningenstrategie uitwerken en toepassen: dan werkt het wél.
De lijst met knelpunten in het rapport is… lang. En een aantal zijn pijnlijk, omdat ze inmiddels niet meer mis mogen gaan. Zoals deze stevige oproep van de commissie:
“Wij willen dan ook een oproep doen aan een ieder die met leefomgevingsbeleid werkt om bij voorkeur de kerninstrumenten uit de Omgevingswet toe te passen met een overeenkomstige naamgeving, tenzij deze instrumenten aantoonbaar niet voldoen. De minister van VRO zou daarbij als stelselverantwoordelijke voor de Omgevingswet het goede voorbeeld moeten geven, door de Ontwerp Nota Ruimte ‘omgevingsvisie’ in de titel mee te geven. Dat geeft uitdrukking aan het feit dat de visie verder gaat dan alleen ruimte, en de bredere fysieke leefomgeving betreft.”
En dan laat ik de werking van het DSO, de zorgen over toezicht en handhaving, de enorme opgave rond het omgevingsplan, enzovoort, nog buiten beschouwing.
Wat er wél goed gaat? Veel daarvan is het logische gevolg van dat de wet langer in werking is. Natuurlijk worden Ow‑instrumenten vaker gebruikt, en natuurlijk staan steeds meer omgevingsvisies in STOP/TPOD. Dat is verplicht. Is in het rapport gezocht naar lichtpuntjes? Hopelijk zie ik dat te somber.
En de voorgestelde oplossingen? Vaak komt het neer op: “succes decentrale overheid” (vooral richting gemeenten). In andere woorden: het kost heel veel tijd en heel veel geld om de systeemkeuzes van de wet te compenseren.
Is het dan alleen maar kommer en kwel? Nee. In mijn beide gemeenten zie ik dat het steeds beter gaat. Omdat er keihard wordt gewerkt, door te blijven puzzelen, volhouden en elkaar op te zoeken. Dat komt niet door het systeem, maar door vakmanschap en inzet.

