De BDO Benchmark Nederlandse Gemeenten 2026 laat opnieuw zien dat gemeenten onder aanzienlijke en toenemende financiële druk staan. Hoewel de jaarrekeningen over 2024 gemiddeld nog positieve cijfers laten zien, schetsen de meerjarenbegrotingen tot en met 2029 een zorgwekkend beeld. De schijn bedriegt dus.

BDO-Benchmark Nederlandse Gemeenten 2026
De dalende rijksbijdragen leiden tot tekorten die de beleids- en investeringsruimte van gemeenten ernstig beperken. Veel zaken (zijn) blijven liggen door alle bezuinigingen terwijl de opgaven heel groot zijn en er juist de komende jaren heel veel investeringen nodig zijn die vele miljarden kosten. Dat geld is er niet en dat gaat gemeenten en hun inwoners keihard raken. Dat is zorgelijk.
De BDO Benchmark bevestigt wat gemeenten al langer ervaren: de financiële druk loopt verder op en de onzekerheid richting de toekomst is onhoudbaar. Gemeenten willen hun wettelijke taken en maatschappelijke opgaven blijven uitvoeren, maar daar zijn structurele middelen en duidelijke afspraken met het rijk voor nodig (zoals ook het ROB al eerder bepleitte). Alleen dan kunnen gemeenten realistisch plannen en investeren.
De benchmark toont dat de verschillen tussen gemeenten groot zijn. Sommige gemeenten hebben al ingrijpende maatregelen genomen om tekorten op te vangen; andere hebben nog geen aanpassingen doorgevoerd. Daardoor ontstaat een versnipperd financieel landschap waarin zowel overschotten als flinke tekorten voorkomen. Deze brede spreiding onderstreept dat gemeenten gezamenlijk tegen dezelfde structurele problemen aanlopen.
Gemiddeld kleuren de meerjarenbegrotingen stevig rood. 70% van de gemeenten verwacht over de komende jaren tekorten, die gezamenlijk oplopen tot circa € 3,4 miljard. Veel gemeenten kunnen daardoor geen beleidsplannen voor de periode ná 2026 maken. Gemeenten hebben de afgelopen jaren al veel gedaan om hun begrotingen sluitend te houden: bezuinigingen, taakstellingen en het uitstellen van investeringen. Maar de rek is eruit. Nodige investeringen blijven uit, maatschappelijke opgaven worden uitgesteld en de dienstverlening staat steeds vaker onder druk. Dat raakt inwoners direct.
Reserves zijn niet vrij inzetbaar om structurele tekorten op te vangen. Aan het gebruik ervan zijn duidelijke spelregels verbonden. Het aanspreken daarvan voor lopende uitgaven is op de lange termijn geen gezonde situatie. Een belangrijk deel van de reserves is nodig om afschrijvingen op maatschappelijk vastgoed en gemeentelijke infrastructuur op te vangen. Het gaat daarbij om voorzieningen zoals scholen, zwembaden en buurthuizen, maar ook om bruggen en wegen.
Gemeenten hebben behoefte aan voorspelbaarheid, stabiliteit en een eerlijk financieringssysteem. Daarom wil de VNG met het kabinet stevige afspraken maken richting de Voorjaarsnota over taken, middelen en een duurzaam gemeentefonds.
