De evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)-beoordeling is een belangrijk afwegingskader binnen de Omgevingswet. Elk ruimtelijk besluit wordt hieraan getoetst. ETFAL gaat uit van een breder toepassingsbereik dan ‘een goede ruimtelijke ordening’ zoals gold onder de Wet ruimtelijke ordening. Maar kan circulariteit ook mee worden genomen in de ETFAL-beoordeling?

In de Memorie van Toelichting gaf de wetgever aan dat de ‘goede ruimtelijke ordening’ te beperkt is om de fysieke leefomgeving volledig te beschermen. Het toepassingsbereik van de ETFAL-beoordeling moet de fysieke leefomgeving beter beschermen en meer aansluiten bij de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het vinden van een balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (artikel 1.3 van de Omgevingswet).
De fysieke leefomgeving heeft in ieder geval betrekking op de bescherming van bouwwerken en infrastructuur, maar ook op water, bodem en ondergrond, lucht, landschappen en natuur (zie artikel 1.2 van de Omgevingswet). Activiteiten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving — waaronder het wijzigen of gebruiken van onderdelen van de fysieke leefomgeving, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt, of het nalaten van activiteiten om gevolgen te voorkomen — vallen onder ETFAL. Ook gevolgen voor de mens kunnen als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden aangemerkt.
Klassieke beoordelingsfactoren die bij de ‘goede ruimtelijke ordening’ betrokken konden worden, zien op de bescherming van het klimaat of de goede doorstroming van het verkeer. Duurzaamheidsdoelstellingen vielen hierbuiten, zo bepaalde de Raad van State (ABRvS 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4364). Dit gold ook voor daarmee verband houdende thema’s zoals circulariteit en toekomstbestendig bouwen; die onderwerpen vielen niet binnen de reikwijdte van ‘een goede ruimtelijke ordening’ en konden daardoor niet worden betrokken bij onder meer het opstellen van een bestemmingsplan.
ETFAL biedt aan meer thema’s ruimte, zie hierover onze eerdere blog over de weging van sociale veiligheid bij de ETFAL-beoordeling. Omdat de afbakening niet helemaal helder is, zorgt dit voor twijfel. Onder andere over de eerdergenoemde circulariteit; is dat nu wel of niet een onderwerp dat betrokken moet worden?
Niet-circulaire omgevingsplanactiviteiten, zoals het traditioneel slopen van bouwwerken of het uitputten van grondstoffen, zouden de fysieke leefomgeving onder de Omgevingswet kunnen schaden. Andersom geredeneerd: circulariteit ziet op het hergebruiken van producten en grondstoffen waardoor reststoffen opnieuw worden ingezet, de vraag naar grondstoffen daalt en de menselijke voetafdruk daalt. Goed voor de fysieke leefomgeving dus. Dankzij de bredere reikwijdte van de Omgevingswet is de kans aanwezig dat de eerdere insteek van de Raad van State wordt bijgesteld. Te beargumenteren valt dat zodra er een directe link is met de fysieke leefomgeving, dit moet worden betrokken via de ETFAL-beoordeling.
Maar goed, een andere afbakening is ook mogelijk. Wat ons betreft is er ruimte (of misschien een plicht) om circulariteit te betrekken bij ETFAL, maar we weten het pas zeker na meer gerechtelijke uitspraken. Die ontwikkelingen houden wij scherp in de gaten.
Heeft u verdere vragen over de ETFAL-beoordeling? Neem dan gerust contact op met een van onze juristen.
Door mr. Ton van Vulpen en Casper van der Meijden
