Het nieuwe COELO-rapport toont dat de Wkb nog nauwelijks leidt tot lagere leges. Voor NEPROM is dit aanleiding om met gemeenten en het Rijk in gesprek te gaan over transparante en voorspelbare leges.

Het recent verschenen COELO-rapport over de ontwikkeling van leges voor omgevingsvergunningen (2024–2025) laat zien hoe gemeenten in de praktijk omgaan met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De overgang naar het nieuwe stelsel is complex en vraagt van alle betrokken partijen aanpassingen in werkwijze en kostenstructuren.
COELO constateert dat gemeenten minder bouwtechnische taken uitvoeren, maar dat dit slechts beperkt terugkomt in lagere leges. Tegelijkertijd stijgen de leges voor het ruimtelijke plandeel in veel gemeenten, onder meer doordat deze (meer) zijn gekoppeld aan de bouwsom. Daarmee blijven de totale lasten voor initiatiefnemers vaak op niveau, of nemen zelfs toe.
NEPROM begrijpt dat gemeenten in een overgangsfase zoeken naar nieuwe balans tussen taken, verantwoordelijkheden en kostendekkendheid. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bedoeling van de Wkb, een efficiëntere verdeling van verantwoordelijkheden en lagere publieke lasten, ook zichtbaar wordt voor initiatiefnemers en woningbouwprojecten.
Wij zien het COELO-rapport daarom als een uitnodiging tot het gesprek over een zorgvuldige herijking van legesverordeningen. Meer transparantie over kosten, een duidelijke scheiding tussen bouwtechnische en ruimtelijke werkzaamheden en minder automatische koppeling aan de bouwsom kunnen helpen om vertrouwen te versterken en procedures voorspelbaarder te maken.
NEPROM gaat hierover graag in gesprek met gemeenten en het Rijk, in het gezamenlijke belang van versnelling van de woningbouw en een goed werkend stelsel.
