Tijdens de Woontop heeft de VNG aangegeven dat gemeenten de afspraken alleen kunnen nakomen als het kabinet hun financiële positie substantieel verbetert. Als de signalen kloppen dat gemeenten geen extra geld tegemoet kunnen zien, raakt de doelstelling van 100.000 woningen erbij per jaar ver uit beeld.
Dat schrijven we in onze inbreng voor het debat over de uitkomsten van de Woontop (pdf, 127 kB)
Tekorten bij de bouw van sociale huurwoningen en betaalbare woningen, de zogenoemde onrendabele toppen, moeten voor 50% door gemeenten worden gedekt. Deze onrendabele toppen worden geraamd op € 1.638.286.500 per jaar, waarvan dus de helft voor rekening van gemeenten. Aangezien gemeenten vanaf 2026 worden geconfronteerd met een structureel financieel ravijn, is zeer onzeker of ze de medefinanciering van die woningen waar juist zo’n grote behoefte aan is, kunnen opbrengen.
Daarom maakte de VNG bij de Woontoponderhandelingen de volgende disclaimer:
‘Voor gemeenten is het volmondig kunnen nakomen van de afspraken in dit akkoord mede afhankelijk van de uitkomst van de gesprekken die de VNG met het kabinet voert over verbetering van de bredere financiële positie van gemeenten. Met het kabinet is overeengekomen daarover rondom de voorjaarsnota te besluiten. Als de afspraken tot een substantiële verbetering van de financiële positie leiden, committeert de VNG zich over de volle breedte aan de hier gemaakte afspraken.’
Op 11 maart overlegt het kabinet, inclusief de minister van VRO, met de medeoverheden over de voorjaarsnota. Er zijn signalen, aldus een bericht van de NOS, dat coalitiepartijen VVD en NSC voorlopig niet van plan zijn om gemeenten uit het financieel ravijn te helpen. Als dit overleg inderdaad geen financieel perspectief biedt voor gemeenten, dreigt helaas de woningbouw niet te versnellen maar te vertragen. Dan worden uiteindelijk alle woningzoekenden, die willen starten met een nieuwe fase in hun leven, de grote verliezers.