Groen gas wordt door het rijk gepresenteerd als een toekomstig alternatief voor aardgas in de warmtetransitie. Voor gemeenten is echter onduidelijk waar en wanneer ze groen gas kunnen inzetten. De VNG dringt daarom opnieuw bij de Kamer aan op duidelijkheid over de beschikbaarheid van groen gas.

Volgens de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) moeten gemeenten uiterlijk 31 december 2027 een warmteprogramma vaststellen. Daarin geven ze aan in welk gebied in de periode tot 2036 naar verwachting de levering van aardgas stopt en welke mogelijke warmtealternatieven ze daar voorzien.
Het nieuwe kabinet zegt in te zetten op de productie van groen gas. Dat zou voor ongeveer 1/3 van alle gebouwen in Nederland het alternatief voor aardgas kunnen zijn. Het gebruik van groen gas in de gebouwde omgeving verlicht mogelijk ook de netcongestie.
Om te weten of ze groen gas kunnen opnemen in hun warmteprogramma, hebben gemeenten duidelijkheid nodig over wanneer groen gas beschikbaar komt, hoeveel er beschikbaar komt en waar zij groen gas als alternatief voor aardgas kunnen programmeren. Komt het bijvoorbeeld beschikbaar voor monumentale binnensteden of juist voor het landelijk gebied?
Want groen gas is schaars, dus om de warmtetransitie betaalbaar te houden moet het zo kostenefficiënt mogelijk worden toegepast. Daarom zijn scherpe keuzes noodzakelijk over de toekomstige inzet en verdeling van groen gas. De VNG wil betrokken zijn bij de ontwikkeling van beleid rondom groen gas in de warmtetransitie, bijvoorbeeld bij het opstellen van landelijke afwegingskaders.
