Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Het omgevingsplan in de Omgevingswet

Het wetsvoorstel van de Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat decentrale overheden hun regels over de fysieke leefomgeving samenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Dit bevordert de inzichtelijkheid, samenhang en naleving van de regelgeving.

Metafoor 28 August 2014

// ////

Het wetsvoorstel vande Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat decentrale overheden hun regels overde fysieke leefomgeving samenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Ditbevordert de inzichtelijkheid, samenhang en naleving van de regelgeving.

De Omgevingswetintegreert de gebiedsgerichte onderdelen van de huidige wetten in één wet metéén samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures. Hetwetsvoorstel leidt direct tot betere mogelijkheden voor integraal beleid, toteen betere bruikbaarheid en substantiële vereenvoudiging van hetomgevingsrecht. Plannen en vergunningen worden zo veel mogelijk gebundeld enprocedures worden sneller. Naar schatting worden 50.000 bestemmingsplannen enbeheersverordeningen omgezet naar circa 400 omgevingsplannen.

Voor de gemeentenworden de regels over de fysieke leefomgeving neergelegd in een omgevings-plan,voor de waterschappen in een waterschapsverordening en voor de provincies ineen omgevingsverordening. Van de 3genoemde overheidsorganen is het de gemeente waar Metafoor de meesteraakvlakken mee heeft en daarom wordt in dit artikel het accent op hetomgevingsplan gelegd.

In het omgevingsplanworden in ieder geval alle regels gesteld die het belang van de fysiekeleefomgeving als motief hebben. Om te voorkomen dat het omgevingsplan een logen star instrument wordt kan de gemeente - net als bijvoorbeeld bij hetbestaande bestemmingsplan - per locatie verschillende regels vaststellen. Ookkan per regel het plangebied voor die regel worden bepaald.

Het blijft mogelijkdat de gemeenteraad in één keer de regels wijzigt die in bepaald gebied vantoepassing zijn. Een omgevingsplan kan dus voor een deelgebied partieel wordengewijzigd. Het is ook denkbaar dat een partiële herziening betrekking heeft opregels over een bepaald onderwerp voor het hele grondgebied van de gemeente.Deze plannen kennen we als de zogenaamde parapluplannen.

De mogelijkheid om debevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegerenblijft bestaan. Zo kan de uitwerking van bepaalde onderdelen van hetomgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders wordenovergelaten. Gedelegeerde onderdelen kunnen zo naar aanleiding van actueleinzichten of omstandigheden snel worden gewijzigd. Terwijl het uitgangspunt één integrale regeling per gemeente, waterschap en provincie behouden blijft.Deze ruime delegatiemogelijkheid komt mede in de plaats van de specifiekemogelijkheid die de gemeenteraad onder de Wro heeft om de bevoegdheid om hetbestemmingsplan uit te werken of te wijzigen, of om nadere eisen te stellen,aan het college van burgemeester en wethouders over te dragen.

Het omgevingsplanvormt een bijzondere figuur binnen de instrumenten van de Omgevingswet voor hetdecentraal vaststellen van algemene regels voor activiteiten in de fysiekeleefomgeving. Het gemeentelijk omgevingsplan is een besluit van algemenestrekking, wat inhoudt dat het algemeen verbindende voorschriften bevat. Hetomgevingsplan heeft dan ook veel overeenkomsten met een

verordening. Tegelijkertijd verschilt het karakter vaneen groot deel van de in het omgevingsplan opgenomen regels van die uit eenverordening. Het merendeel van de regels uit het omgevingsplan heeft namelijkbetrekking op de toedeling van functies aan locaties en houdt verband met dewijze waarop de functies op die locaties kunnen worden uitgeoefend. Net als ineen bestemmingsplan zijn de regels daarmee vaak alleen van toepassing op eenbepaalde locatie en daarom specifiek en concretiserend van aard. Om die redenis er aan vastgehouden dat, net als bij het bestemmingsplan, het besluit totvaststelling van een omgevingsplan (of een deel daarvan) appellabel is. Verdergeldt voor het omgevingsplan dat er altijd bij omgevingsvergunning voor eenconcrete activiteit van kan worden afgeweken. Deze omgevingsvergunning voor dezogenoemde afwijkactiviteit is in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel b, vanhet wetsvoorstel, geregeld. Dit buitenplanse omgevingsvergun-ningenstelselgeeft veel flexibiliteit aan het omgevingsplan.

Tot slot tweeverschillen van een omgevingsplan methet huidige bestemmingsplan.

1.

Realisatie binnen 10 jaar: Mede onder invloed van de jurisprudentieontwikkelingis in de Wro de eis ontwikkeld dat een bestemmingsplan uitvoerbaar moet zijn.In de praktijk leidt dat ertoe, dat een (nieuwe) bestemming alleen aan grondenkan worden gegeven als aannemelijk kan worden gemaakt dat deze ook daadwerkelijkbinnen een termijn van tien jaar zal worden verwezenlijkt. In hetwetsvoorstel van de Omgevingswet wordtdeze lijn niet voortgezet. Dit komt tegemoet aan veel reacties waarin dierealisatietermijn en de toepassing van het uitvoerbaarheidsvereiste als eenongewenst keurslijf wordt beschreven. Voor sommige grote ontwikkelingen is dezetermijn inderdaad niet reëel. Ook past een dwingende uitvoeringstermijn nietbij uitnodigingsplanologie en een faciliterende rol van de overheid. Deregering vindt dat het niet bij uitnodigingsplanologie past dat in eenomgevingsplan opgenomen functies binnen een bepaalde termijn daadwerkelijkmoeten worden verwezenlijkt. Wel zal in uitvoeringsregelgeving worden bepaalddat het gemeentebestuur - als het in het omgevingsplan aan een locatie eennieuwe functie toekent die afwijkt van de bestaande gerealiseerde functie - aannemelijk moet toelichten dat de nieuwefunctie naar redelijke verwachting binnen tien jaar zal worden gerealiseerd. Datbiedt rechtszekerheid aan de betrokken eigenaren.

2.

Actualisatieverplichting: De Wro bevat de verplichting om elke tienjaar het bestemmings-plan opnieuw vast te stellen. Deze verplichting is nietovergenomen in het wetsvoorstel van de Omgevingswet. Het uitgangspunt van ditwetsvoorstel is dat voor het hele grondgebied van elke gemeente éénomgevingsplan geldt. Als een gemeente de functies of andere regels voor eendeel van het grondgebied gedeeltelijk wijzigt, leidt dit, anders dan bij eenbestemmingsplan, niet tot een nieuw omgevingsplan voor een deelgebied. Diewijziging is dan een partiële actualisering van het omgevingsplan. Anders danhet bestemmingsplan zal het omgevingsplan bovendien regels bevatten die niet deplanologische situatie regelen, zoals regels over het kappen van bomen. Hetomgevingsplan is te zien als een juridische verankering van het beleid dat degemeente voorstaat. Actualisering is aan de orde als beleidsopvattingenwijzigen. In twee gevallen blijft echter een specifieke plicht om teactualiseren nodig, namelijk bij instructie-regels en instructies en bij hetmet een omgevingsvergunning afwijken van het omgevingsplan.

Leon de ConinckBron: Memorie van Toelichting Omgevingswet

Door Metafoor

Artikel delen