De Landelijke Studentenvakbond heeft vandaag een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat gemeenten binnen het huidige wettelijke kader veel meer ruimte hebben om woningdelen en verkamering toe te staan dan nu vaak wordt benut. Het onderzoek, waarin het kamerbeleid van vijftien grote studentensteden systematisch is vergeleken, laat zien dat lokale regels een belangrijke rem vormen op het realiseren van extra studentenkamers. Juist nu de gemeentelijke formaties in volle gang zijn, wil de studentenbond met deze analyse aanknopingspunten bieden voor nieuw lokaal beleid.

De afgelopen jaren is de druk op de studentenhuisvesting verder toegenomen. Uitponding, strengere lokale regels en een sterke toename van kleine studio’s hebben ertoe geleid dat het aantal traditionele studentenkamers achterblijft bij de vraag. Terwijl duidelijk is dat veel studenten juist voorkeur hebben voor wonen op kamers, groeit het aanbod van zelfstandige studio’s nog altijd sneller. Volgens LSVb-voorzitter Maaike Krom kunnen gemeenten hier actief op sturen. Gemeentelijke woningdeelregels spelen daarbij een grotere rol dan vaak wordt aangenomen en kunnen helpen om de verhoudingen op de woningmarkt gezonder te maken.
In het onderzoek is gekeken naar hoe gemeenten omgaan met omzettingsvergunningen en omgevingsvergunningen voor kamergewijze verhuur onder de Omgevingswet en de Huisvestingswet. Hoewel vrijwel alle onderzochte steden een vorm van vergunningsplicht hanteren, blijken de verschillen groot in de mate van strengheid en in de uitzonderingen die gemeenten toestaan. Sommige steden maken al gebruik van hun beleidsruimte door kleinere vormen van woningdelen, tot drie personen, vergunningvrij toe te staan of door verkamering boven winkels en horeca mogelijk te maken. Andere steden hanteren juist zeer strikte regels, waardoor er feitelijk nauwelijks nieuwe kamers bij komen.
De LSVb laat zien dat er binnen het huidige wettelijke kader ruimte is om regels slimmer en gerichter toe te passen, zonder de leefbaarheid uit het oog te verliezen. Zo kunnen gemeenten onderscheid maken tussen kleinschalig woningdelen en grootschalige verkamering, uitzonderingen toestaan voor specifieke locaties zoals binnenstedelijke panden boven commerciële functies, of woningcorporaties en woonverenigingen vrijstellen van bepaalde vergunningseisen. Een recente uitspraak van de Raad van State bevestigt dat gemeenten hierin beleidsvrijheid hebben, mits zij dit goed vastleggen in hun regels.
Tegelijkertijd waarschuwt de studentenbond voor een doorgeschoten focus op controle en toetsing. In sommige gemeenten leiden stapelingen van vergunningen, hoge legeskosten en uitgebreide kwalitatieve leefbaarheidstoetsen tot veel onzekerheid voor verhuurders en een hoge uitvoeringslast voor ambtenaren. Hierdoor blijven potentiële initiatieven steken, terwijl extra kamers hard nodig zijn. Volgens de LSVb is het effectiever om vooraf duidelijke kaders te stellen in het omgevingsplan of de huisvestingsverordening, in plaats van elke aanvraag individueel te beoordelen op basis van open normen.
Het onderzoek is nadrukkelijk niet bedoeld als pleidooi voor het schrappen van alle regels. De bond erkent dat woningdelen impact kan hebben op buurten en dat bescherming van leefbaarheid noodzakelijk is. Wel constateert zij dat sommige gemeenten te ver zijn doorgeschoten, waardoor het beleid zijn doel voorbijschiet. Het resultaat is een vrijwel stilgevallen toevoeging van nieuwe studentenkamers, met directe gevolgen voor het welzijn van studenten en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs.
Met de publicatie hoopt de LSVb lokale partijen concrete handvatten te bieden voor de komende coalitieonderhandelingen. Door de mogelijkheden binnen de Omgevingswet en de Huisvestingswet beter te benutten, kunnen gemeenten bijdragen aan meer passende woonruimte voor studenten, zonder nieuwe wetgeving af te hoeven wachten. “We hebben alles uitgezocht en op een rijtje gezet,” aldus Krom. “Gemeenten en politieke partijen kunnen hier direct mee aan de slag.”
