Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Het stikstofmoeras en de geitenpaadjes erdoorheen

Eind vorig jaar is de (vooralsnog) laatste Nederlandse vrijstelling van de Nitraatrichtlijn (de zogenoemde "derogatie") afgelopen. Afbouw van die derogatie heeft grote negatieve gevolgen voor het inkomen en toekomstperspectief van de boer. Het leidt er namelijk toe dat het verdienvermogen van met name melkveehouders onder druk komt te staan vanwege de hoge kosten voor het afzetten van een grotere hoeveelheid dierlijke mest dan voorheen en de aankoop van (meer) dure kunstmest. Om die reden heeft (demissionair) minister Wiersma de Europese Commissie eerder verzocht om een nieuwe - zoals zij dat noemt 'regio-specifieke' - derogatie (Kamerstukken II, 2024/25, 33037, nr 606).

11 March 2026

Blog

Blog

Het antwoord van de Eurocommissaris Roswall, die ‘milieu, waterweerbaarheid en competitieve circulaire economie’ in haar portefeuille heeft, volgde op 22 december 2025. Zij windt er geen doekjes om:

“Following up on our correspondence of this summer regarding your request for a new derogation under the Nitrates Directive to spread manure above the application limit, I must be frank: our thourough assessment of the technical data, as well as the exchanges we have bad over the past months, lead us to conclude that the conditions for such a derogation are not met.

As we discussed when we met in April and in November, the Netherlands continues to face very serious challenges in managing nitrates and nitrogen. A further derogation would add to these pressures at a time when water quality and nitrogen pollution remain a pressing concern, and when the phasing-out trajectory under the existing derogation is not yet complete. (…) It is precisely because the Netherlands is under such pressure that it is vital to strenghten the measures proposed in the draft 8th nitrates programme to address these structural issues.”

Rechtbank: stikstofbeleid is ‘ruim onvoldoende’

Dat is wat mij betreft een nette manier van zeggen dat Nederland er de kantjes vanaf loopt als het gaat om de stikstofaanpak, waardoor een nieuwe derogatie op de spreekwoordelijke buik kan worden geschreven. Dat Nederland onvoldoende doet om het stikstofprobleem het hoofd te bieden, mag overigens al lang geen verrassing meer heten. Niet voor niets oordeelde de Rechtbank Den Haag immers op 22 januari 2025 dat de Nederlandse Staat onrechtmatig handelt door (veel) te weinig te doen om de Nederlandse stikstofgevoelige natuur te beschermen (Rb. Den Haag 22 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:578, TvAR 2025/8203 m.nt. R. Ligtvoet). De rechtbank legde de vinger op de zere plek door het huidige Nederlandse stikstofbeleid ‘ruim onvoldoende’ te noemen en nieuwe (voorgenomen) stikstofmaatregelen ‘een stap terug’ (r.o. 5.51). Belangrijk pijnpunt is volgens de rechtbank het schrappen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (‘NPLG’) en het daarbij behorende transitiefonds van 25 miljard euro, terwijl er nog geen alternatief was (en overigens nog steeds niet is). Merkwaardig in dat kader is dat de zak geld die beschikbaar was voor de transitie van het landelijk gebied daarna is gekort naar 5 miljard euro, terwijl de noodzaak voor die transitie onverminderd groot is en steeds dwingender wordt.

Nieuwe maatregelen: ondergrens en weg met KDW

Het roept de vraag op welke maatregelen er dan wel zijn voorgesteld om het stikstofmonster te lijf te gaan. Dat zijn maatregelen als de zogenoemde rekenkundige ondergrens en het vervangen van de kritische depositie-waarden (‘KDW’) voor een ander doel dat vooral de regering goed lijkt uit te komen en niet zozeer de natuur. Die maatregelen maken de onwil van de regering om echt iets te doen aan de stikstofproblematiek wat mij betreft pijnlijk duidelijk. De maatregelen kunnen namelijk niet anders worden gekwalificeerd dan juridische
geitenpaadjes, die er enkel toe zullen leiden dat Nederland nóg verder het stikstofmoeras inzakt. Met grote juridische en financiële risico’s voor met name de boer tot gevolg. Ik licht dat hierna kort toe aan de hand van de zeer kritische adviezen die de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: ‘de Raad van State’) eerder
gaf over de twee maatregelen.

Rekenkundige ondergrens: kwetsbaar en riskant

De Raad van State heeft op 26 mei 2025 geadviseerd over de introductie van een rekenkundige ondergrens. Zo’n ondergrens is – als je het platslaat – een drempelwaarde voor stikstof. De gedachte is dat activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken van minder dan de drempelwaarde (1 mol per hectare per jaar) geen vergunning nodig hebben, omdat de stikstofbijdrage niet met zekerheid is vast te stellen. Het argument daarvoor is dat zulke lage waarden wetenschappelijk te onzeker zijn om nog betrouwbaar te kunnen koppelen aan een individuele bron. Daardoor zouden grote aantallen kleine projecten – van bepaalde agrarische ontwikkelingen tot woningbouw – niet langer vastlopen op de stikstofregels. Het gaat dus simpel gezegd om een versoepeling van de stikstofregels. En precies daar wringt de schoen volgens de Raad van State, die de rekenkundige ondergrens ‘kwetsbaar’ noemt. Per activiteit moet immers beoordeeld worden of deze significante gevolgen kan hebben voor de Nederlandse Natura 2000-gebieden, en het is maar de vraag of de (onderbouwing van de) rekenkundige ondergrens over die drempel komt. Dat signaleert ook de Raad van State, die aangeeft dat het ‘allerminst zeker’ is dat de rekenkundige ondergrens in een gerechtelijke procedure overeind blijft. De introductie van een rekenkundige ondergrens heeft volgens de Raad van State in ieder geval ‘niet geringe risico’s’, waarbij er (wat mij betreft terecht) wordt gewezen op de PAS- en bouwvrijstellingsproblematiek.

Vervanging van KDW: een boterzacht alternatief

Verder heeft de Raad van State op 22 december 2025 geadviseerd over het wetsvoorstel voor het vervangen van de omgevingswaarden voor stikstofdepositie. In de Omgevingswet staat dat in 2025, 2030 en 2035 respectievelijk 40%, 50% en 74% van de stikstofgevoelige natuur onder de KDW moet zijn gebracht. Met dit wetsvoorstel wil de regering deze omgevingswaarden uit de wet halen. Let wel, dat zijn precies de omgevingswaarden waarvan de Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de Staat die moet naleven. Het is dus wel duidelijk hoe er in Den Haag momenteel wordt omgegaan met gerechtelijke uitspraken en dat is wat mij betreft zorgwekkend. Het voorgestelde alternatief is een doel in de wet om in 2035 te bereiken dat de uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden, veroorzaakt door de industrie, landbouw en mobiliteit, ‘aanzienlijk is verminderd ten opzichte van 2019’. Ook dit voorstel kan rekenen op de nodige ‘bedenkingen’ zoals de Raad van State die noemt. Onder meer als het gaat over de juridische houdbaarheid van de maatregel ten opzichte van de verplichtingen uit hoofde van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Daarnaast hekelt de Raad van State het ontbreken van voldoende waarborgen om (tijdig) voldoende maatregelen te nemen die zijn gericht op natuurherstel. Verder noemt de Raad van State de wens van de regering om over te stappen van een depositiegericht systeem naar een emissiegestuurd systeem ‘niet overtuigend’, omdat geen inzicht wordt gegeven in de opzet en effectiviteit van het systeem en de gevolgen ervan voor (onder meer) agrarische bedrijven. Ten slotte signaleert de Raad van State dat het doel van ‘aanzienlijke stikstofvermindering in 2035’ boterzacht is, omdat in het wetsvoorstel geen kaders of eisen zijn gesteld om aan dat doel te voldoen. Oftewel, wie weet wat een ‘aanzienlijke vermindering’ is, mag het zeggen. Het leidt ertoe dat de Raad van State adviseert om het wetsvoorstel ‘niet in de huidige vorm’ bij de Tweede Kamer in te dienen.

Natuurherstel blijft uit: gevolgen voor boeren

Vrijheid blijheid dus wat de regering betreft, maar dat stadium zijn we volgens mij al lang en breed gepasseerd. Dat constateert ook de Raad van State, die bij herhaling oproept tot ‘fors natuurherstel in Nederland’. Die oproep – die overigens overeenkomt met het hiervoor al genoemde oordeel van de Rechtbank Den Haag in de Greenpeacezaak én de constateringen van de Europese Commissie – lijkt echter nog steeds aan dovemansoren te zijn gericht. Kennelijk zien sommige boeren en belangenorganisaties dat als goed nieuws, maar het tegenovergestelde is wat mij betreft waar. Hoe langer er immers wordt gewacht met écht werk maken van natuurherstel, hoe moeilijker en onzekerder het wordt voor (met name de jonge generatie) boeren in Nederland. Vooralsnog overheerst echter nog steeds het korte-termijn-denken met maatregelen die feitelijk niets met natuurherstel te maken hebben. Het is de vraag wanneer dat – en de kennelijke drang naar onhoudbare juridische geitenpaadjes – stopt. Ook in dit geval geldt: wie het weet, mag het zeggen

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.