Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Het warmteprogramma als startpunt van de warmtetransitie

Nederland moet van het aardgas af. De geplande inwerkingtredingen van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) per 1 juli 2026 moeten hieraan bijdragen. De Wgiw en Bgiw regelen dat gemeenten uiterlijk eind 2027 een warmteprogramma moeten vaststellen. In dit blog worden de belangrijkste juridische gevolgen van het warmteprogramma uiteengezet aan de hand van drie stappen.

17 February 2026

Stap 1: Het warmteprogramma

De Bgiw geeft eisen aan de inhoud van het door gemeenten verplicht vast te stellen warmteprogramma. In het warmteprogramma wordt omschreven of, hoe en wanneer verschillende gebieden van het aardgas afgaan. Gemeenten moeten aangeven welke buurten in welke volgorde overstappen. Daarnaast moet inzichtelijk worden gemaakt hoe zij bewoners tijdig betrekken bij de vaststelling van het warmteprogramma. Tot slot kan in het warmteprogramma worden aangegeven in welke wijken gebruik wordt gemaakt van de aanwijsbevoegdheid in het omgevingsplan. Hiermee kunnen gemeenten gebieden aanwijzen die van aardgas overstappen op een duurzame warmtebron.

Stap 2: Het uitvoeringsplan

Nadat in het warmteprogramma de geschikte gebieden zijn geïdentificeerd, kan het uitvoeringsplan de plannen concreet maken voor een specifiek gebied. Keuzes die gebiedsoverstijgend of vroeg in het proces nodig zijn, worden in het warmteprogramma gemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de fasering van de warmtetransitie in de gehele gemeente of de uitgangspunten voor het participatieproces. In het uitvoeringsplan worden keuzes gemaakt waarover bij de vaststelling van het warmteprogramma nog onvoldoende informatie beschikbaar was. Denk bijvoorbeeld aan de vereiste gebouw- en infrastructuuraanpassingen of de planning voor de uitvoering en realisatie. Het uitvoeringsplan is een belangrijke onderbouwing voor de uiteindelijke wijziging van het omgevingsplan.

Stap 3: Wijziging omgevingsplan

Het daadwerkelijk aanwijzen van gebieden die van het aardgas af moeten, gebeurt in het omgevingsplan. Met een wijziging van het omgevingsplan kunnen gemeente gebiedsgerichte planregels opnemen voor bijvoorbeeld de gekozen duurzame warmtevoorziening en de aansluitplicht op de gekozen warmtevoorziening. Deze planregels zijn juridisch bindend. Voor de wijziging van het omgevingsplan is wel een motivering vereist waar onder meer wordt ingegaan op de haalbaarheid, betaalbaarheid en de gevolgen van de aanleg van de gekozen warmtevoorziening.

Tussen de aankondiging van de inzet van de aanwijsbevoegdheid via een wijziging van het omgevingsplan en de feitelijke beëindiging van de aardgaslevering geldt een redelijke termijn van acht jaar. Een gemeente kan hiervan uitsluitend onder strikte voorwaarden afwijken. Het zal dus nog geruime tijd duren voordat daadwerkelijk buurten worden aangewezen die van het aardgas worden afgesloten.

Warmtetransitie en warmteprogramma vragen om strategische keuzes

De Wgiw en Bgiw maken de warmtetransitie juridisch verplicht en gestructureerd. Gemeenten moeten tijdig strategische keuzes maken en deze zorgvuldig motiveren in het warmteprogramma, uitvoeringsplan en omgevingsplan. Dit vraagt om vroege samenwerking en participatie. Hoewel daadwerkelijke afsluiting van aardgas nog jaren kan duren, begint de voorbereiding en besluitvorming in de praktijk nu al.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.