Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Hoe lokaal kwaliteitsbeleid en -advisering werkt en waarom het onmisbaar is

Wat is kwaliteitsadvisering precies? Is het hetzelfde als welstand? Vertraagt het de woningbouw of kan het juist versnellen? En waarom is lokale kwaliteitsadvisering zo belangrijk? Je leest de antwoorden op deze vragen in dit artikel van Wouter van Riet Paap, met onderaan een overzichtelijke Q&A met veelgestelde vragen.

Wouter van Riet Paap, Federatie ruimtelijke kwaliteit 24 February 2026

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

De inrichting van Nederland staat onder grote druk. Woningbouw, energie, infrastructuur, water, landbouw en natuur doen allemaal een beroep op dezelfde schaarse ruimte. Dat vraagt om keuzes die verder gaan dan het afvinken van regels. Het vraagt om samenhang, afweging en kwaliteit. Het lokale kwaliteitsbeleid en de bijbehorende advisering van adviescommissies, supervisoren en/of stads-en dorpsbouwmeesters spelen daarin een cruciale rol.

Kwaliteit laat zich niet volledig vastleggen in regels
Gemeenten werken al decennialang met beeldkwaliteitsplannen en omgevingsbeleid waarin zij vastleggen wat zij verstaan onder ruimtelijke kwaliteit. Deze kaders zijn democratisch vastgesteld (in de gemeenteraad, met inspraak van de bewoners), maar bewust niet zwart-wit geformuleerd. Waar het Besluit bouwwerken leefomgeving landelijke minimumeisen stelt aan veiligheid, gezondheid en energie, geven lokale kwaliteitskaders richting aan hoe een plan zich verhoudt tot zijn omgeving. Dat vraagt om interpretatie per situatie. 

Van welstand naar integrale kwaliteitsadvisering
Sinds de invoering van de Omgevingswet in 2024 bestaat de klassieke welstandstoets niet meer. In plaats daarvan werken gemeenten met adviescommissies omgevingskwaliteit. Deze commissies zijn breder samengesteld en adviseren integraal over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, om zo uitvoering te geven aan artikel 1,3 van de Omgevingswet: 

Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:

A. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en

B. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Wat opvalt in dit artikel is dat nadrukkelijk de koppeling wordt gemaakt tussen een goede omgevingskwaliteit (lid a) en het vervullen van de maatschappelijke behoeften (lid b). Gemeentelijke adviescommissies ondersteunen gemeenten daarom proactief bij de uitvoering van het lokale omgevingsbeleid, een rol die zorgvuldig is ingebed in zowel het voortraject als de vergunningsprocedure van initiatieven. 

Overgangsperiode na invoering van de Omgevingswet met verouderd en sectoraal beleid
In aanloop naar de Omgevingswet hebben veel gemeenten bewust gewacht (soms meer dan 15 jaar!) met het vaststellen of vernieuwen van kwaliteitsbeleid, om dit in samenhang binnen het nieuwe wetstelsel vorm te kunnen geven. Na de invoering moest er eerst een jaar gewend worden aan het DSO en de nieuwe realiteit van de wet, en nu begint die vernieuwing van beleid en processen op gang te komen. Dat betekent dat het huidige kwaliteitsstelsel op veel plekken nog in ontwikkeling is. Het vraagt tijd om nieuwe werkwijzen, rollen en samenwerkingen goed te laten landen. Zeker als iedere verandering direct van invloed is op de leefomgeving van mensen. Dat gezegd hebbende, vragen de grote opgaven van deze tijd tegelijkertijd wel om een zo snel mogelijke realisatie, via goede samenwerkingen, soepel beleid en goede processen. 

In een groot deel van de (met name de wat kleinere)  gemeenten vormen adviescommissies omgevingskwaliteit bovendien de enige onafhankelijke kwaliteitscheck tussen democratisch vastgestelde ambities en concrete plannen. Adviescommissies adviseren en toetsen daarbij niet aan persoonlijke voorkeuren, maar aan het lokale omgevingsbeleid zoals vastgesteld door de gemeenteraad. Daarmee borgen zij het publieke belang in de overgang van beleid naar uitvoering. Overigens worden eenvoudige plannen vaak ambtelijk getoetst aan de vastgestelde kwaliteitskaders. In een stad als Utrecht gaat dit bijvoorbeeld om 80% van alle vergunningsaanvragen. 

Kwaliteit en snelheid zijn geen tegenstellingen
Een veelgehoord misverstand is dat kwaliteitsadvisering vertragend werkt. De praktijk laat zien dat het tegendeel vaak het geval is. Tijdige en goed ingebedde kwaliteitsadvisering leidt tot beter onderbouwde plannen. Dat voorkomt herstelrondes, bezwaren en juridische procedures.

Het is dan ook niet de kwaliteitsadvisering die vertraging veroorzaakt, maar plannen die onvoldoende zijn afgestemd op hun context. Wanneer het gesprek over kwaliteit te laat wordt gevoerd, keert het terug als weerstand of als juridisch conflict. Wanneer het vroeg onderdeel is van het proces, draagt het bij aan voortgang.

Versnellen met kwaliteit gebeurt al
Onder de Omgevingswet is kwaliteitsadvisering geen afzonderlijk toetsmoment meer, maar een integraal en voorspelbaar onderdeel van het ontwikkelproces. Door ambities vroeg te benoemen en kwaliteit aan de voorkant te organiseren, ontstaat duidelijkheid voor initiatiefnemers en voorspelbaarheid in besluitvorming. Dat leidt niet alleen tot betere plannen, maar ook tot snellere procedures. Versnelling en kwaliteit blijken daar geen tegenstelling, maar elkaars voorwaarde.

Lokale eigenheid en maatschappelijk draagvlak
De fysieke leefomgeving is meer dan een optelsom van woningen en vierkante meters. Gebieden hebben een eigen geschiedenis, schaal en identiteit. Mensen moeten zich er ook op de lange termijn thuis voelen. Adviescommissies omgevingskwaliteit vervullen daarbij een verbindende rol tussen beleid en ontwerp, en dragen zo bij aan begrip, draagvlak en voorspelbaarheid in ruimtelijke processen. Met name in de al bebouwde omgeving is dat belangrijk, maar ook in het landelijk gebied en bij uitbreidingslocaties. De inwoners van een nieuwe wijk op de Veluwe hebben andere kwaliteitsbehoeften dan die van een nieuwbouwwijk bij Amsterdam – van parkeren tot wildwerende maatregelen, van de inrichting van de openbare ruimte, de uitstraling en de identiteit tot de plattegronden van de gebouwen.  

Ondersteuning van gemeenten is cruciaal
Een belangrijke sleutel voor versnelling van de woningbouw ligt bij gemeenten. Dat vraagt om voldoende ambtelijke capaciteit, actuele beleidskaders en goed ingerichte processen. Kwaliteitsadvisering is daarbij geen luxe of extra toets, maar een essentieel onderdeel van het stelsel dat helpt om de ruimtelijke ambities waar te maken.

Een goed functionerend kwaliteitsstelsel zorgt ervoor dat plannen beter worden, procedures soepeler verlopen en de leefomgeving ook op de lange termijn kwaliteit behoudt.

Q&A

Wat is kwaliteitsadvisering?
Kwaliteitsadvisering is het onafhankelijke, professionele advies over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het helpt gemeenten om hun ruimtelijke ambities zorgvuldig te vertalen naar plannen en projecten, in samenhang met hun omgeving en de lange termijn.

Daarbij gaat het nadrukkelijk om het borgen van publieke belangen. Ruimtelijke kwaliteit heeft een lange levensduur en raakt generaties gebruikers, terwijl individuele plannen vaak worden ontwikkeld vanuit kortere tijdshorizonten en projectdoelen. Kwaliteitsadvisering zorgt ervoor dat die belangen zorgvuldig worden afgewogen en dat de kwaliteit van de leefomgeving niet alleen wordt bepaald door afzonderlijke projecten, maar door het gezamenlijke belang van de plek.

Is kwaliteitsadvisering hetzelfde als welstand?
Nee, welstand bestaat niet meer. Sinds de invoering van de Omgevingswet werken gemeenten met adviescommissies omgevingskwaliteit. Deze adviseren breder en integraal over de fysieke leefomgeving en zijn niet beperkt tot het beoordelen van het uiterlijk van gebouwen. 

Er bestaan toch duidelijke regels over bouwkwaliteit, is dat niet genoeg?
Nee, want verschillende soorten regels dienen verschillende doelen. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt landelijke minimumeisen aan veiligheid, gezondheid en energie. Dat is essentieel, maar zegt weinig over hoe een gebouw zich verhoudt tot zijn omgeving. Gemeenten werken daarom met lokaal kwaliteitsbeleid dat bijvoorbeeld bestaat uit een nota omgevingskwaliteit, met kaders die in de gemeenteraad zijn vastgesteld, met inspraak van de bewoners, en die bewust niet zwart-wit geformuleerd zijn. Ze vragen om interpretatie, om zo meerdere oplossingen mogelijk te maken. Kwaliteitsadvisering is nodig om een dialoog te voeren met gemeente, initiatiefnemers en samenleving zodat ambitie, plannen en context elkaar versterken.

Vertraagt kwaliteitsadvisering de woningbouw?
Nee. Tijdige en goed ingebedde kwaliteitsadvisering leidt tot beter onderbouwde plannen en voorkomt herstelrondes, bezwaren en juridische procedures. 

Wanneer werkt kwaliteitsadvisering het beste?
Wanneer zij vroeg in het proces wordt ingezet, als vanzelfsprekend onderdeel van planvorming en besluitvorming.

Waarom is lokale kwaliteitsadvisering belangrijk?
Omdat elke plek anders is. Lokale kennis van landschap, stad, geschiedenis en gemeenschap is essentieel om plannen te laten passen bij hun omgeving en om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Gaat het altijd fout bij gemeenten die geen kwaliteitskaders hanteren? (“welstandsvrij”)
Nee. Beleid zonder welstandskaders is ingevoerd vanuit het idee dat meer vrijheid en minder toetsing ontwikkelingen zou vereenvoudigen. In sommige situaties kan dat werken.

Het kent echter ook risico’s. Op meerdere plaatsen in Nederland waar zonder kwaliteitstoetsing gewerkt werd, namen de zorgen over ruimtelijke kwaliteit en identiteit toe door wat er gerealiseerd werd. Door het laten vervallen van kaders heeft een gemeente namelijk ook minder mogelijkheden om bij te sturen. Dat heeft op sommige plekken zelfs tot herinvoering van kwaliteitsbeleid geleid. Bijvoorbeeld op verzoek van bewoners die zich zorgen maakten over de identiteit van hun wijk of die er met hun buren niet meer uitkwamen.

De les is dat het wegnemen van kwaliteitsadvisering de behoefte aan sturing niet wegneemt, maar verplaatst. Sinds 2013 bestaat de ambtelijke kwaliteitstoetsing, waarbij kleine, ondubbelzinnige plannen (dakopbouw, vergunningsplichtige uitbouw, etc) via duidelijke kwaliteitskaders getoetst worden. Bij complexere plannen willen de ambtenaren zelf toch ook een onafhankelijk oordeel van een expert. Vanwege het ontbreken van expertise of om druk vanuit politiek of initiatiefnemer te voorkomen. 

Ruimtelijke kwaliteit vraagt om bewuste keuzes over waar vrijheid kan en waar professioneel kwaliteitsadvies nodig blijft.

Wouter van Riet Paap, 24 februari 2026

 

Ik wil meer weten over kwaliteitsadvies. Waar vind ik dat?
Hier  kun je meer lezen over de verschillende vormen van kwaliteitsadvies.
Hier lees je over onze opleiding voor kwaliteitsadviseurs.
Hier kun je lid worden van de Federatie, voor persoonlijk advies en tal van andere soorten ondersteuning.
Hier vind je het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs.
En ten slotte vind je op onze website nog veel meer informatie.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.