Het bevoegd gezag kan bij een bestaand bouwwerk een maatwerkvoorschrift stellen om het technisch kwaliteitsniveau te verhogen. Op grond van artikel 3.7, tweede lid, Bbl mag daarbij een hoger niveau worden verlangd dan het niveau van de regels voor bestaande bouw, maar niet hoger dan het niveau van de regels voor nieuwbouw.

Die bevoegdheid vraagt om een terughoudende toepassing. Het gaat immers om maatwerk in individuele gevallen, waarvoor een noodzaak moet bestaan. Bovendien kunnen de gevolgen ingrijpend zijn.
De vraag die dan rijst, is of het bevoegd gezag, nu de regels voor nieuwbouw een ruimere reikwijdte hebben dan die voor bestaande bouw, kan aansluiten bij alle nieuwbouwregels.
In dit artikel bespreek ik waar de grenzen van deze bevoegdheid liggen.
