Op 4 februari nam Jeroen Haan, voorzitter van de Unie van Waterschappen, deel aan een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de Nota Ruimte. Tijdens dit gesprek gaf hij namens de waterschappen duidelijk aan waarom water en bodem sturend moet zijn in de ruimtelijke inrichting van Nederland.

Aanwezig, namens de Tweede Kamercommissie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, waren Robert van Asten (D66), Renate den Hollander (VVD), Jeremy Mooiman (PVV), Hanneke Steen (CDA) en Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA).
In de Kamer spraken Tweede Kamerleden en vertegenwoordigers van (mede-)overheden met elkaar over de nieuwe ruimtelijke strategie van het Rijk, de Nota Ruimte. In het overleg benadrukte Haan dat de keuzes die we vandaag maken lang doorwerken – tot ver voorbij 2050 – en dat er scherpe keuzes nodig zijn om de ruimtelijke opgaven en het veranderende klimaat het hoofd te bieden. “Water en bodem zijn geen vrijblijvende aspecten. Er is ruimte nodig voor water. Dit gaat om onze veiligheid,” aldus Jeroen Haan.
“Water en bodem zijn de onderlegger van de inrichting van Nederland. De grenzen van de maakbaarheid zijn bereikt,” aldus Haan tijdens het gesprek. “Alle ruimtelijke keuzes – zoals waar we bouwen of hoe we ons land gebruiken – hebben gevolgen voor waterveiligheid, waterkwaliteit en bodemdaling. Alleen met een langetermijnblik voorkomen we dat toekomstige generaties met de schade blijven zitten.”
De waterschappen onderschrijven het belang van een sterke landelijke koers op ruimtelijke ordening. Tegelijk constateren zij dat de Ontwerp-Nota Ruimte nog te vrijblijvend zijn om water en bodem stevig te verankeren als randvoorwaarde voor andere opgaven zoals woningbouw, energie en landbouw. De Unie van Waterschappen pleit er daarom voor dat het water- en bodemsysteem echt sturend wordt bij alle ruimtelijke keuzes, zodat Nederland veilig, leefbaar en klimaatbestendig blijft.
Tijdens het gesprek deed Jeroen Haan de handreiking om als decentrale overheden samen met het Rijk een krachtige uitvoeringsagenda op te stellen. Daar vraagt de complexiteit van de huidige ruimtelijke puzzel om. “Verken samen waar de nationale keuzes kunnen gaan schuren met de regionale ontwikkelingen. Zodat deze nationale nota een uitvoerbare uitwerking in de regio krijgt.”
