Staatssecretaris Van Dam (EZ) informeert de Tweede Kamer over een gebrek in het wetsvoorstel additionele regels te behoeve van een verantwoorde groei van de melkveehouderij (Wet grondgebonden melkveehouderij). Ook meldt hij hoe hij dit wil oplossen.

Op 6 december 2016 heeft uw Kamer ingestemd met het wetsvoorstel inzake additionele regels te behoeve van een verantwoorde groei van de melkveehouderij (Wet grondgebonden melkveehouderij) (34295). Dit wetsvoorstel wordt momenteel behandeld door de Eerste Kamer.
Bij tweede nota van wijziging is een voorziening in het wetsvoorstel opgenomen voor bedrijven die als gevolg van de realisatie van publieke infrastructuur over minder landbouwgrond beschikken. Met de nota van wijziging werd beoogd gronden die tijdelijk buiten gebruik waren als gevolg van deze werken alsnog mee te tellen bij de beoordeling of een bedrijf over voldoende grond beschikt (Kamerstuk II 2016/17, 34 295, nr. 13).
In het wetsvoorstel is echter een omissie geconstateerd. Deze omissie resulteert erin dat bij de berekening die in het kader van de Wet grondgebonden groei melkveehouderij moet worden gemaakt, grond die tijdelijk buiten gebruik is als gevolg van de realisatie van publieke infrastructuur slechts ten dele wordt meegewogen. Concreet is ten onrechte geen aanpassing voorgesteld van het begrip op basis waarvan wordt vastgesteld over hoeveel landbouwgrond een bedrijf beschikt (de definitie van melkveefosfaatoverschot). In het wetsvoorstel grondgebonden groei melkveehouderij is voorts bepaald dat bedrijven die in 2014 nadeel ondervonden als gevolg van de realisatie van publieke infrastructuur zich tot 1 april 2017 kunnen melden. Nu de behandeling van het wetsvoorstel langer duurt dan eerder voorzien komt deze datum onder druk.
Via deze weg wil ik uw Kamer op de hoogte stellen van mijn voornemen om via een vrijstellingsregeling, gebaseerd op artikel 38 van de Meststoffenwet, te borgen dat de situatie zoals die eerder werd beoogd wordt gerealiseerd. Daarnaast zal worden gezocht naar een geschikt wetsvoorstel waarmee het geconstateerde gebrek ook in de wet kan worden hersteld.
Voorts ben ik voornemens bedrijven bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel, drie maanden de gelegenheid te bieden om zich voor de uitzondering voor het jaar 2014 te melden.