Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), artikel 6.15a stelt duidelijke eisen aan materialen in gemeenschappelijke verkeersruimten van woongebouwen waar een vluchtroute doorheen voert. Brandgevaarlijke objecten, waaronder decoratie, zijn daar in principe niet toegestaan. Een uitzondering geldt alleen wanneer decoratie:

- is uitgevoerd in metaal, steenachtig materiaal of glas;
- onbrandbaar is volgens NEN 6064; of
- voldoet aan brandklasse A1 (NEN-EN 13501-1).
In de praktijk leidt dit tot vragen, met name bij kunsttoepassingen. Veel gangbare printmaterialen (zoals textiel of Dibond) zijn B-gecertificeerd, en voldoen dus niet aan brandklasse A1. Leveranciers geven daarbij vaak aan dat A1 voor dergelijke materialen er duur is.
Waarom wordt A1 geëist?
Naar onze mening wordt A1 geëist om te voorkomen dat boven op de brandklasse B-eis nog meer 'vuurlast' wordt toegevoegd in de ruimte. Wand- en plafondafwerkingen mogen voldoen aan brandklasse B. Wanneer hier een kunstwerk met eveneens brandklasse B aan wordt toegevoegd, kan de totale vuurbelasting leiden tot een lagere effectieve brandklasse (B + B ≠ B). Dat vergroot het risico op brandontwikkeling en rookvorming in gangen en trappenhuizen – precies de ruimten die brand- en rookvrij moeten blijven voor veilig vluchten.
Ons advies:
Voor gemeenschappelijke verkeersruimten geldt daarom als hoofdregel:
Kunstwerken moeten onbrandbaar zijn of voldoen aan brandklasse A1.
Praktische opties zijn:
- kunstobjecten van staal, glas of steenachtig materiaal;
- printen op onbrandbare ondergronden (bijv. glas, keramiek);
- muurschilderingen direct op steenachtige of betonnen wanden;
- printen op akoestische wandpanelen die als constructieonderdeel kunnen worden aangemerkt (brandklasse B toegestaan).
Mogelijk alternatief (project specifiek):
In specifieke situaties kunnen maatwerkoplossingen worden bedacht. Bijvoorbeeld wanneer:
- het gehele trappenhuis of de corridor bestaat uit onbrandbare constructieonderdelen (beton, steenachtig materiaal);
- er geen aanvullende brandbare elementen aanwezig zijn (zoals houten panelen of kasten).
In dat geval zou kunnen worden beargumenteerd dat een kunstwerk dat aantoonbaar voldoet aan brandklasse B acceptabel is, omdat de basisconstructie volledig A1/onbrandbaar is.
Dit vereist altijd een project- en ruimte specifieke onderbouwing en vastlegging in het gebouwdossier.
Conclusie:
Kunstwerken die voldoen aan brandklasse B zijn niet automatisch toegestaan in gemeenschappelijke verkeersruimten. Alleen met een zorgvuldige brandveiligheidskundige onderbouwing kan hiervan worden afgeweken. Veilig vluchten blijft leidend.
Ik ben benieuwd naar jullie mening.
