Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Nieuw jaar, nieuw omgevingsrecht

Het nieuwe jaar is van start. De oliebollen zijn op en de champagneglazen staan weer in de kast. Het nieuwe jaar betekent eveneens dat de nodige wijzigingen in het omgevingsrecht zijn doorgevoerd. In deze blog zetten we de belangrijkste wijzigingen per 1 januari 2026 op een rij. We sluiten af met een korte vooruitblik.

6 January 2026

Blog

Blog

TAM-IMRO beëindigd

Per 1 januari 2026 kunnen gemeenten geen gebruik meer maken van de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) die het mogelijk maakte besluiten via de oude publicatiestandaard Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) te publiceren. Gemeenten dienen nu gebruik te maken van de Standaard voor officiële publicaties (STOP) en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). Ontwerp-omgevingsplannen en -voorbereidingsbesluiten die uiterlijk 31 december 2025 ter inzage zijn gelegd, kunnen worden afgemaakt met de TAM-IMRO.

Overgangsrecht vervalt

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is voor verschillende onderwerpen overgangsrecht vastgesteld. Een deel van dit overgangsrecht gold voor een termijn van twee jaar. Dit gedeelte van het overgangsrecht is inmiddels komen te vervallen. Als een activiteit vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet vergunningplichtig was, maar na 1 januari 2024 wel, dan zorgde overgangsrecht ervoor dat voor die activiteit gedurende een termijn van twee jaar van rechtswege een omgevingsvergunning gold. Deze termijn is verstreken, waardoor deze automatische omgevingsvergunningen zijn vervallen.

Daarnaast zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook vier besluiten in werking getreden, waaronder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een veelvoud aan oude regelingen zijn hierin opgegaan. In het Bal zijn algemene regels opgenomen en niet alle voorwaarden en uitzonderingen uit oude regelingen zijn teruggekomen. Een voorbeeld volgt uit het voormalige artikel 4.125 lid 1 Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit artikel had betrekking op activiteiten die leiden tot stofvormige emissies afkomstig van een laboratorium of een praktijkruimte. Daarin stond dat de hoeveelheid stof die werd uitgestoten niet hoger mocht zijn dan een bepaalde waarde, uitgedrukt in gram per uur. Deze voorwaarde is in het Bal niet als zodanig teruggekomen. Artikel 4.656 Bal hanteert in een vergelijkbare situatie een ondergrens in kilo per jaar.

Als een voorwaarde of uitzondering in het Bal niet is teruggekomen, dan zorgde overgangsrecht ervoor dat degene die de activiteit verricht tot twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet aan de nieuwe bepalingen hoefde te voldoen. Naast het Activiteitenbesluit milieubeheer, gold dit ook voor regels uit het Besluit externe veiligheid buisleidingen, het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Per 1 januari 2026 is dit overgangsrecht komen te vervallen en moet (volledig) worden voldaan aan de regels in het Bal.

Inwerkingtreding Verzamelwet Klimaat en Groene Groei

Deze wet is per 1 januari 2026 in werking getreden en bevat vooral aanpassingen van redactionele of wetstechnische aard. Een opvallende inhoudelijke wijziging is het opnieuw voorzien in een gedoogplicht van rechtswege voor de ontwerpfase van werken op het gebied van infrastructuur, water, mijnbouw en energie en werken voor grenswateren. Met de terugkeer van deze gedoogplicht, die al bestond onder de Belemmeringenwet Privaatrecht, wordt aangesloten bij de situatie van voor 1 januari 2024.

Inwerkingtreding Verzamelbesluit bouwwerken leefomgeving 2024

Het laatste deel van dit besluit is per 1 januari 2026 in werking getreden. Het besluit bevat onder andere enkele beperkte wijzigingen met betrekking tot de toegankelijkheid van gebouwen. Zo worden aan artikel 4.182 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) twee leden toegevoegd. Hieruit volgt dat een hoogteverschil tussen ruimtes dat groter is dan 2 centimeter dient te worden overbrugd met een hellingbaan. Dit geldt voor toegangen tot buitenbergingen en niet-gemeenschappelijke buitenruimtes, zoals dakterrassen.

Inwerkingtreding Besluit wijziging Bkl en Omgevingsbesluit

Van een aantal primaire waterkeringen (dijktrajecten) zijn de omgevingswaarden en/of de ligging gewijzigd. Dijktrajecten worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aangewezen en genormeerd. Als deze trajecten wijzigen, bijvoorbeeld vanwege een benodigde dijkversterking, rivierverruimingsmaatregel of een andere ruimtelijke maatregel, dient het Bkl daarop aangepast te worden.

Inwerkingtreding Verzamelbesluit Omgevingswet IenW Milieu 2025

Dit verzamelbesluit wijzigt een aantal regels over geluid in het Bkl, het Omgevingsbesluit en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Babw). Deze wijzigingen zijn per 1 januari 2026 in werking getreden. Door een wijziging van artikel 3.52 van het Bkl kan in een verkeersbesluit nu ook een besluit worden genomen over geluidwerende maatregelen. Dit betreft bijvoorbeeld maatregelen aan een geluidgevoelig gebouw, zoals een woning, als het geluid op dat gebouw toeneemt door het verkeersbesluit.

Daarnaast worden regels in het Bbl gewijzigd met betrekking tot sloopwerkzaamheden. Op grond van het nieuwe artikel 7.39a moet het breken van steen of puin voortaan plaatsvinden met een puinbreker die is uitgerust met doelmatige stofbestrijdingsmiddelen. Daarnaast wordt artikel 7.21 Bbl gewijzigd. Degene die asbest of een asbesthoudend product verwijdert, moet ervoor zorgen dat geen resten asbest achterblijven. Deze aanvullende verplichting geldt zowel voor bedrijven als voor particulieren.

Tot slot

Naar verwachting neemt minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dit jaar een besluit waardoor mantelzorgwoningen en familiewoningen vergunningvrij worden. Het ontwerpbesluit is in december 2025 voorgelegd aan de Tweede Kamer, die zich binnenkort over dit voorstel kan uitspreken. Daarnaast treedt in 2026 mogelijk een instructieregel in werking die gemeenten verplicht om, onder voorwaarden, bestaande bewoning van recreatiewoningen toe te staan. De ontwerp-instructieregel ‘permanente bewoning van recreatiewoningen’ is eind 2025 aan de Tweede Kamer voorgelegd. Met deze regeling beoogt minister Mona Keijzer bewoners van recreatiewoningen meer zekerheid te bieden over hun woonsituatie. Het is natuurlijk wel de vraag hoe deze regels worden beschouwd, gelet op de coalitievorming.

Kortom, per 1 januari 2026 zijn geen baanbrekende wijzigingen in het omgevingsrecht doorgevoerd. Tegelijkertijd kunnen de doorgevoerde wijzigingen wel een significante praktische impact hebben, bijvoorbeeld door het vervallen van de mogelijkheid om TAM-IMRO te gebruiken. Meer en meer moet (volledig) worden voldaan aan het huidige stelsel van de Omgevingswet, door het aflopen van overgangsrecht en het vervallen van tijdelijke maatregelen. Wij kijken met interesse uit naar nieuwe wijzigingen.

Deze blog is geschreven in samenwerking met  Mette Westerink .

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.