Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Participatie in het omgevingsrecht: een ‘vinkje’ zetten of harde verplichting?

In deze blog wordt stilgestaan bij een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt binnen het omgevingsrecht: participatie. Het draait bij participatie om het in een vroeg stadium betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties bij de besluitvorming van bestuursorganen. Het belang van (vroegtijdige) participatie spreekt voor zich. Vroege participatie leidt namelijk tot snellere, betere besluitvorming en tot meer draagvlak voor ruimtelijke besluiten.

19 February 2026

Blog

Blog

Juridisch blijft het een discussiepunt in hoeverre (het ontbreken van) participatie meeweegt bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van omgevingsvergunningen. Zo blijkt ook uit een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 27 januari 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:1221), waarin eiser het ontbreken van participatie als gebrek aan de verleende omgevingsvergunning aanmerkte en zo probeerde de vergunning te laten vernietigen door de bestuursrechter.

De zaak in het kort

De zaak gaat over een omgevingsvergunning voor het omzetten van een voormalige huisartsenpraktijk in vier appartementen. Omdat de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het oude recht (de Wabo) van toepassing. Een omwonende komt op tegen de vergunning en stelt dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld door geen participatie te organiseren. Met vroegtijdige participatie had volgens hem een voor de buurtbewoners aanvaardbaar alternatief kunnen worden bereikt. Het college stelt daartegenover dat participatie onder de Wabo niet verplicht is en dat eiser in bezwaar en beroep voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn zorgen en standpunten te uiten.

Wat vindt de rechtbank?

Om te beginnen bevestigt de rechtbank dat er onder de Wabo geen participatieverplichting bestaat. Ook geldt dat gebrek aan draagvlak in de omgeving op zichzelf geen reden is om het bouwplan te weigeren. Interessant is dat eiser, zoals hiervoor al naar voren is gekomen, in de procedure wel naar voren heeft gebracht wat in een participatieproces aan de orde had kunnen komen: aanvaardbare alternatieven voor de omgeving. Ook hier merkt de rechtbank het een en ander over op. De rechtbank concludeert dat de aanvrager bepaalt voor welke activiteiten hij een omgevingsvergunning aanvraagt en wat de projectomvang is. Alleen als op voorhand duidelijk is dat een alternatief een gelijkwaardig resultaat oplevert met aanmerkelijk minder bezwaren, kan dat tot weigering van de vergunning leiden (vgl. ABRvS 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4559). Kort en goed: het ontbreken van participatie onder de Wabo leidt dus niet snel tot vernietiging van de omgevingsvergunning — de rechter hanteert een strenge, terughoudende toets. Is dit anders onder de Omgevingswet?

Participatie onder de Omgevingswet

Onder de Omgevingswet heeft de aanvrager van een omgevingsvergunning – anders dan onder de Wabo – wel verplichtingen ten aanzien van (vroegtijdige) participatie. Zo moet bij de aanvraag worden vermeld of burgers bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Een (harde) juridische verplichting om participatie te organiseren bestaat echter niet: het volstaat om bij de aanvraag enkel te vermelden of er wel of niet (vroegtijdige) participatie heeft plaatsgevonden. Om de hiervoor genoemde reden, is ook onder de Omgevingswet het ontbreken van vroegtijdige participatie in beginsel geen reden om tot vernietiging van de omgevingsvergunning over te gaan.

Bij deze conclusie past wel een belangrijke nuance. Voor omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) kan een andere participatieverplichting gelden. De gemeenteraad kan namelijk gevallen aanwijzen waarin participatie met derden juridisch weldegelijk verplicht is. Van deze mogelijkheid hoeft de raad geen gebruik te maken en hij heeft daarbij ruime beoordelingsruimte. Van belang is dus om na te gaan of het voorgenomen initiatief valt onder de door de gemeenteraad aangewezen categorieën.

Conclusie

Onder de Omgevingswet heeft participatie dus in de meeste gevallen het karakter van een ‘meldplicht’, niet van een harde plicht om deze te organiseren. Daardoor dreigt zij (wederom) te verschralen tot een formaliteit, omdat het uitblijven ervan naar verwachting zelden zal leiden tot vernietiging van een omgevingsvergunning. Dat neemt niet weg dat goede, tijdige participatie kostbare procedures kan voorkomen en daarmee praktische en financiële meerwaarde heeft. In de praktijk blijft het dus vooral een risicoafweging voor de initiatiefnemer.

Deze blog is ook verschenen in de nieuwsbrief van Sdu.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.