Wie een gebouw – geheel of gedeeltelijk – wil afbreken, krijgt vrijwel altijd te maken met de regels uit de Omgevingswet. Het juridisch kader voor slopen is minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt. In de praktijk komt regelmatig de vraag op: wanneer volstaat een melding en wanneer is een omgevingsvergunning nodig? In deze blog zetten wij dat voor u op een rij.

Onder de Omgevingswet wordt expliciet gesproken over de sloopactiviteit, een begrip dat niet voorkwam in het oude recht. Een sloopactiviteit is min of meer het tegenovergestelde van een bouwactiviteit: hetgeen dat gebouwd is, wordt met slopen ongedaan gemaakt. Voor sloopactiviteiten gelden algemene rijksregels, vastgelegd in met name hoofdstuk 7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De Omgevingswet kent geen algemeen of algeheel sloopverbod. Een sloopactiviteit is dus niet automatisch vergunningplichtig. Wel kunnen gemeenten in het omgevingsplan een vergunningplicht opnemen en aanvullende voorwaarden stellen. Dat is dan geen sloopactiviteit in de zin van het Bbl, maar een omgevingsplanactiviteit.
In veel gevallen geldt een meldplicht op grond van het Bbl voordat met de sloopwerkzaamheden wordt gestart. Een melding is verplicht wanneer:
bij de sloop asbest wordt verwijderd, of
naar verwachting meer dan 10 m³ aan sloopafval vrijkomt.
Wanneer meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein worden gesloopt, moet de totale hoeveelheid vrijkomend sloopafval bij elkaar worden opgeteld. De melding dient uiterlijk vier weken voor aanvang van de werkzaamheden via het Omgevingsloket te worden ingediend. Pas wanneer alle vereiste gegevens volledig zijn aangeleverd, is een geldige melding gedaan.
Blijft de hoeveelheid sloopafval onder de 10 m³ en wordt geen asbest verwijderd? Dan is een melding niet nodig. Daarnaast gelden specifieke uitzonderingen, bijvoorbeeld bij de sloop van bepaalde tijdelijke bouwwerken of sloop op basis van een handhavingsbesluit.
In plaats van de meldplicht kan ook een vergunningplicht gelden. De Omgevingswet roept voor activiteiten met betrekking tot beschermde monumenten een vergunningplicht in het leven, maar het geldende omgevingsplan kan daarnaast aanvullende regels bevatten. Het is dus van belang dat het gemeentelijk omgevingsplan goed wordt geraadpleegd, want de regels kunnen per gemeente verschillen. Een vergunning is in de praktijk vaak vereist bij gebouwen met een beschermde status, bijvoorbeeld wanneer:
het bouwwerk een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument is;
het bouwwerk is gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht.
Zo kan op basis van het omgevingsplan van gemeente Amsterdam een vergunning voor een sloopactiviteit in een beschermd stadsgezicht slechts worden verleend, wanneer aannemelijk is dat op de betreffende locatie een ander bouwwerk kan worden gerealiseerd. Ook gemeenten Rotterdam en Haarlem hebben zo’n regel in het omgevingsplan opgenomen.
Of voor een sloopactiviteit een melding, vergunning of geen formele stap nodig is, hangt af van verschillende factoren. Het is afhankelijk van het bouwwerk, de hoeveelheid vrijkomend sloopafval, de aanwezigheid van asbest, een eventuele beschermde status en de regels uit het omgevingsplan. Heeft u sloopplannen en wilt u zekerheid over de juiste procedure? Wij denken graag met u mee over de toepasselijke regels en de te volgen stappen!
