De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) is slechts een zeer beperkt onderdeel van de kwaliteitsborging, zo blijkt uit signalen uit de sector. Door het gebrek aan toetsing en handhaving is er ook geen zicht op de mate waarin berekende MPG-prestaties daadwerkelijk in de praktijk gerealiseerd worden. Dit zijn enkele opvallende conclusies uit de verkenning ‘Beter sturen op circulaire prestaties in kwaliteitsborging’. “Door het gebrek aan toetsing en handhaving ontbreekt op dit moment een level playing field op het gebied van de milieu-impact van bouwen”, aldus initiator Sybren Bosch van Copper8.

Om de ambities op het gebied van circulair bouwen in de praktijk te brengen, is hiervoor meer aandacht nodig in de kwaliteitsborging. Dat is de kernboodschap van de verkenning ‘Beter sturen op circulaire prestaties in kwaliteitsborging’. Deze publicatie is opgesteld op initiatief van Copper8, adviesbureau op het gebied van circulaire economie. De verkenning is gepubliceerd door Cirkelstad. Dit is een landelijke coöperatie die partijen in de bouwsector samenbrengt om circulair bouwen het nieuwe normaal te maken.
Sybren Bosch van Copper8 en Judith Anjema van ontwikkelende bouwer J.P. van Eesteren gaven tijdens twee online sessies toelichting. “Als we serieus zijn over onze ambities op klimaat en circulaire economie, is een goede toetsing en handhaving van de MPG noodzakelijk. We stellen in steeds meer projecten circulaire ambities, maar weten vaak simpelweg niet wat er in de praktijk wordt gerealiseerd”, aldus Sybren. Hij vervolgt: “De publicatie is het resultaat van gesprekken met betrokkenen bij kwaliteitsborging en circulair bouwen, zoals kwaliteitsborgers, gemeenten, bouwers, adviseurs en rekeninstrumenthouders. Doel van deze verkenning is om de noodzaak van betere kwaliteitsborging van de milieuprestatie te agenderen. Maar we hopen dat de verkenning ook bijdraagt aan verdere professionalisering van de kwaliteitsborging op de milieuprestatie.”
Om een nieuw woon- of kantoorgebouw te mogen realiseren, moet een minimale Milieuprestatie Gebouw (MPG) worden behaald. Dit betekent dat sturing op de MPG onderdeel moet zijn van zowel de ontwerp- als realisatiefase. Om te borgen of de wettelijke prestatie-eis wordt behaald, moet deze worden getoetst voor vergunningverlening en tijdens realisatie. Daarnaast is het wettelijk verplicht om een as-built-MPG bij oplevering in het gebouwdossier op te nemen. Sybren legt uit: “Vanuit de regelgeving is de exacte uitkomst van de MPG niet direct relevant. Het gaat er alleen om of de wettelijke eis (‘de lat’) wordt gehaald. Maar om de daadwerkelijke impact op het milieu en het klimaat te weten, is inzicht nodig in de precieze MPG. Ook kan een opdrachtgever vanuit duurzaamheidsambities privaatrechtelijk hogere eisen stellen aan de milieuprestatie.” Naast de MPG wordt binnenkort een wettelijke rapportageplicht ingevoerd op de totale CO2-uitstoot van gebouwen: de Whole Life Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP). Het gaat daarbij om uitstoot door materiaalproductie, installaties en het gebouwgebonden energieverbruik. Als onderdeel van de Europese EPBD IV zijn vanaf 2028 WLC-GWP-berekeningen verplicht bij vergunningaanvragen voor nieuwbouw en grootschalige renovatie van gebouwen groter dan 1.000 m2.
Vanaf 2030 moeten alle nieuwe en grootschalig gerenoveerde gebouwen met energielabelplicht voldoen aan de grenswaarden in de routekaart naar emissieloze nieuwbouw in 2050. Sybren: “Omdat de resultaten van de WLC-GWP op het energielabel moeten worden gecommuniceerd, is het dus essentieel dat deze overeenkomen met de as-built-situatie. Omdat de huidige MPG-systematiek de basis vormt voor het berekenen van de WLC-GWP, is het nu beter borgen van de MPG een belangrijke voorbereiding op deze nieuwe wetgeving.”

De kern van het probleem is volgens Sybren dat de risicogestuurde aanpak van kwaliteitsborging in combinatie met de huidige wettelijke grenswaarde, voor veel gebouwen relatief eenvoudig haalbaar is. “Omdat deze grenswaarde relatief eenvoudig haalbaar is, is het niet halen van de wettelijke eis een laag risico. Daarmee is er geen reden om hier vanuit kwaliteitsborging veel aandacht aan te besteden.”
Tegelijkertijd is er daarmee geen inzicht in wat de daadwerkelijke milieuprestatie van opgeleverde bouwwerken is. Omdat dit inzicht in de as-built-prestatie ontbreekt, kan ook niet worden bepaald in hoeverre de grenswaarde naar de toekomst kan worden aangescherpt. Dat laatste is weer nodig om de bouwsector investeringsperspectief te geven om bij te dragen aan de nationale en Europese doelstellingen op klimaat en circulaire economie.
Op dit moment is er nauwelijks inzicht in hoeverre de MPG-prestaties die in de vergunningverlening zijn ingediend, daadwerkelijk in de praktijk worden gerealiseerd, zo stelt de publicatie. Judith licht toe hoe dit in de bouwpraktijk werkt: “Tijdens het bouwproces vinden vaak nog kleine wijzigingen plaats in het ontwerp. Ook worden er materialen van specifieke leveranciers ingekocht, met een eigen milieu-impact. Daarmee is er een specifieker beeld van de milieu-impact mogelijk dan bij vergunningverlening, wanneer meer generieke milieuprofielen worden gebruikt.”
Recent is bij een bouwproject van J.P. van Eesteren voor de eerste keer door de gemeente de vraag naar de daadwerkelijke milieu-impact gesteld. Judith: “Wij hadden daar op dat moment geen intern proces voor en moesten echt op zoek naar de juiste gegevens. Uiteindelijk hebben we een goed gesprek met de gemeente gehad en kunnen we door met de bouw.” Uit een aangescherpte berekening richting oplevering blijkt inderdaad dat een betere prestatie is geleverd dan de MPG bij vergunningverlening. Dat komt voornamelijk door een aantal aanvullende duurzaamheidsmaatregelen die zijn genomen, zoals CO2-arm beton.
Volgens Sybren krijgt de controle van de milieuprestatie bij kwaliteitsborgers en bevoegd gezag een lage prioriteit: “Het thema ‘milieu’ staat in het Landelijk Toetsprotocol op niveau 3, waarbij 1 een laag risico is en 4 een hoog risico. Kwaliteitsborgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen welke aspecten zij classificeren als ‘hoog risico’. In de praktijk lijkt de milieuprestatie daardoor niet altijd bovenaan hun prioriteitenlijst te staan. Een verklaring hiervoor is dat in veel projecten relatief eenvoudig aan de wettelijke prestatie-eisen kan worden voldaan.”
Kwaliteitsborger Henk Veldmans van PlanGarant reageert desgevraagd: “De risicoweging van de kwaliteitsborger kan in de praktijk verschillen. Dat ligt aan de manier waarop bij vergunningverlening wordt getoetst en aan de wijze waarop toezicht op de bouwplaats wordt ingericht. Daarnaast worden milieuthema’s binnen het huidige stelsel minder direct gekoppeld aan acute risico’s, zoals veiligheid of gezondheid tijdens de uitvoering. Tegelijkertijd ontstaat er steeds meer aandacht voor de mogelijke gezondheids- en klimaateffecten van materiaalkeuze op langere termijn, zeker wanneer de eisen in de toekomst verder worden aangescherpt.”

Om de toetsing en handhaving van de MPG – en in de toekomst de WLCGWP – structureel te verbeteren, is volgens Sybren inzet van alle partijen in de bouwketen nodig. Een eerste stap daarvoor is inzicht in de daadwerkelijke milieu-impact van bouwwerken. Dat betekent dat er toetsing in de fysieke bouwpraktijk nodig is. “Zowel opdrachtgevers, gemeenten, ontwikkelaars en bouwers maken zich zorgen over het gebrek aan toetsing en handhaving. Tegelijkertijd kijken veel van deze partijen naar elkaar. Geen van hen kan dit probleem echter alleen oplossen. Dat betekent dat alle partijen zelf stappen moeten zetten vanuit hun eigen taak en juridische verantwoordelijkheid.” In de verkenning worden concrete maatregelen voorgesteld, die we tot slot hierna puntsgewijs toelichten.
Rijksoverheid
1. Opstellen van een uniforme richtlijn
voor het opstellen van een MPG-berekening, om meer eenduidig rekenen en toetsen voor verschillende toepassingen – breder dan alleen de wettelijke sturing – mogelijk te maken.
2. Opstellen van landelijke database van milieuprestaties voor (nieuwbouw) projecten, om betere toetsing mogelijk te maken door uitgebreide set referenties en benchmark.
Gemeenten (als bevoegd gezag)
3. Aanscherpen van de MPG in de risico-matrix van bouw- en woningtoezicht, vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid en publiekrechtelijke rol op handhaving.
4. Opnemen van controlemoment voor MPG in toetsingsprotocol waarmee aandacht, tijd en middelen beschikbaar komen voor een gedegen controle.
5. Opleiden van vergunningverleners en buiteninspecteurs, om te zorgen dat zij voldoende kennis hebben om deze controle op een goede manier uit te voeren.
Bouwers
6. Actualiseren van MPG-berekening naar as-built-situatie, om dit onderdeel te kunnen maken van het gebouwdossier en te kunnen rapporteren over de daadwerkelijke impact.
Kwaliteitsborgers
7. Opleiden van eigen collega’s, om te zorgen dat zij voldoende kennis hebben om deze controle op een goede manier uit te voeren.
8. Bijstellen van risicoprofiel van MPG, om meer aandacht te geven aan de milieu-impact van het bouwwerk.
9. Controleren van toegepaste materialen (steekproefsgewijs), om te bepalen of producten uit MPG-berekening ook daadwerkelijk worden toegepast. Bij wijzigingen in materialen of installaties de geactualiseerde MPG-berekening opvragen.
Wil je de volledige verkenning ‘Beter sturen op circulaire prestaties in kwaliteitsborging’ downloaden? Ga naar www. cirkelstad.nl en vul in het zoekvak in: ‘verkenning’.
Aandachtspunten kwaliteitsborger
Wil je eerste stappen zetten? Kijk dan in ieder geval naar de volgende vier punten.

Dit artikel staat in PONT, vakblad Bouwen met Kwaliteit (editie 2026-1). Bouwen met Kwaliteit is het vakblad dat PONT 8 keer per jaar uitbrengt in samenwerking met de Vereniging BWT Nederlanden Vereniging Kwaliteitsborging Nederland. Iedere editie duiken we met dit nieuwe magazine de diepte in, met interviews, verdiepingsartikelen en opinies van experts op het gebied van bouwkwaliteit. Klik hier voor meer informatie.
