De VNG wil betere ondersteuning bij de nieuwe beëindigingsregeling voor veehouderijlocaties. We vragen concreet om meer uitvoeringscapaciteit, verbeterde informatiedeling met gemeenten en flankerend beleid om sturing op grondgebruik en vervolgactiviteiten door gemeenten te faciliteren.

Lees de VNG-reactie (pdf, 95 kB) op de internetconsultatie
Bij de bestaande beëindigingsregelingen merken gemeenten al dat het ontbreken van sturend beleid en de beperkte ruimte binnen milieu- en stikstofregels het realiseren van vervolgactiviteiten bemoeilijkt. Hierdoor ontstaan problemen in de vergunningverlening en doorlopen veel agrariërs een tijdrovend, individueel maatwerktraject om tot passende vervolgplannen te komen.
De VNG wil voorkomen dat agrariërs hierdoor stoppen met hun veehouderij zonder dat zij perspectief hebben op een vervolgactiviteit. Daarom vragen we om flankerend beleid om sturing op grondgebruik en vervolgactiviteiten door gemeenten te faciliteren. Daarbij moet rekening worden gehouden met het perspectief van de ondernemer, de nationale, wettelijke doelen op het gebied van stikstof, water en natuur, en lokale beleidsambities en kenmerken.
Gemeenten lopen daarnaast aan tegen beperkte informatievoorziening. Zo krijgen zij bijvoorbeeld niet de datum van ondertekening van deelnemende agrariërs door, terwijl dit het moment is waarop de termijnen van start gaan waarbinnen bedrijfsbeëindiging moet zijn behaald.
Daarnaast leggen de krappe arbeidsmarkt en de samenloop met de invoering van de Omgevingswet – met veranderende systemen en procedures – extra druk op de bestaande capaciteit bij gemeenten. Alleen met voldoende aandacht voor deze uitvoeringsvraagstukken kan de regeling goed functioneren.
Dit alles maakt de urgentie groot om de regeling en de daarmee gepaard gaande uitvoeringspraktijk met voldoende capaciteit te ondersteunen. De VNG is inmiddels met het ministerie van LVVN in gesprek om mogelijk te maken dat gemeenten worden geïnformeerd over de datum van ondertekening door de agrariër. Daarbij spreken we ook over het capaciteitsvraagstuk en de omvang van de vergoeding die gemeenten ontvangen.
