Gemeenten hebben voldoende nieuwbouwplannen op de plank liggen om 100.000 woningen per jaar te kunnen realiseren. Dat schrijft minister Boekholt-O‘Sullivan aan de Tweede Kamer.

Dit aantal is nodig om te voldoen aan de stijgende vraag naar passende en betaalbare woonruimte. Voor de periode 2025 tot en met 2030 hebben gemeenten een kleine miljoen (932.300) plannen in de pijplijn zitten. Dat is fors meer (+128%) dan de bouwopgave die in 2022 is afgesproken met provincie en nodig, want in de praktijk worden niet alle bouwplannen daadwerkelijk volgens planning gerealiseerd.
Voor zo’n 440.000 woningen hebben gemeenteraden reeds groen licht gegeven. Zaak is dat er meer projecten groen licht gaan krijgen en vergund worden zodat gestart kan worden met de bouw.
Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening): “Mooi dat gemeenten op koers liggen. Daar ben ik heel blij mee. Tegelijk zullen we moeten blijven drukken om de woningbouw verder op te stuwen. Cruciaal is natuurlijk dat de randvoorwaarden, zoals stikstof en stroom op orde zijn. Maar onderaan de streep moeten we, zoals we in Brabant zeggen, ‘nie mauwe, maar bouwe’. Dat kan alleen samen: samen met gemeenten, provincies, bouwende en investerende partijen en mijn collega’s in het kabinet. Samen op volle kracht vooruit.”
Om overheden, corporaties en marktpartijen te ondersteunen bij het realiseren van nieuwbouw, heeft het ministerie BZK voor het eerst alle openbare nieuwbouwplannen inzichtelijk gemaakt met de Nationale Woningbouwkaart. De gegevens zijn gebaseerd op de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (per juli 2025) en worden halfjaarlijks geactualiseerd. Per regio en gemeente laat de kaart zien hoeveel woningen gepland zijn, welke woningtypen, in welke prijscategorieën, en wat de status is.
Lees ook het nieuwsbericht: Voortgang woningbouw: veel plannen, maar realisatie blijft achter met de kamerbrief en rapport