Op maandag 2 februari 2026 was het jaarlijkse Wetgevingsoverleg Water in de Tweede Kamer. De Unie van Waterschappen stuurde vooraf inbreng over thema’s als waterkwaliteit, waterveiligheid en over de sturende rol van water en bodem in ruimtelijke keuzes. Tijdens het debat kwamen deze thema’s uitgebreid aan bod en beantwoordde demissionair minister Tieman van Infrastructuur en Waterstaat de vragen van Kamerleden.

Aanwezig waren Laura Bromet (GroenLinks-PvdA), Pieter Grinwis (ChristenUnie), Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66), Björn Schutz (VVD), Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA), Hidde Heutink (Groep Markuszower), Caroline van der Plas (BBB) en Ines Kostić (Partij voor de Dieren). In totaal werden er vijftien moties ingediend waarover dinsdag 10 februari gestemd zal worden.
De waterkwaliteit staat onder druk in Nederland. Op 22 december 2027 is de deadline van de Kaderrichtlijn Water. Momenteel voldoet 83% van de doelen aan de eisen. Heutink, Van der Plas en Kostić uitten hun zorgen over een dreigend “waterslot” met een inbreukprocedure vanuit de Europese Commissie als gevolg. De minister gaf aan dat Nederland zich kan beroepen op enkele uitzonderingsgronden, zoals vervuiling uit het buitenland. En ook dat de juridische consequenties in beeld zijn. Hij geeft verder aan dat we bezig zijn met een eindsprint om zoveel mogelijk doelen alsnog te halen.
Daarnaast werd het 8e Actieprogramma besproken. Het 8e Actieprogramma is in december 2025 opgeschort. Het is nu aan het nieuwe kabinet om tot een 8e Actieprogramma te komen. I&W en LVVN zullen moeten samenwerken om ervoor te zorgen dat de regels van de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn elkaar niet in de weg zitten. De minister vermoedt dat er “nog best wat huiswerk met elkaar te verrichten” is om ervoor te zorgen dat het 8e Actieprogramma binnen 6 tot 12 maanden gepresenteerd kan worden aan de Kamer.
Verder kwamen er nog andere onderwerpen met betrekking tot de waterkwaliteit ter sprake. Zo is de minister bezig met een gedeeltelijk PFAS-lozingsverbod. Dat is niet landelijk en voornamelijk gericht op specifieke sectoren. Kostić opperde een PFAS-taks om bedrijven te stimuleren PFAS-vrij te produceren. Bromet vroeg de minister wie de aanvullende zuiveringstrap bij rioolwaterzuiveringsinstallaties moet gaan betalen. Daarop antwoordde de minister dat dat nog wordt uitgewerkt in de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Ten slotte zijn lozingsvergunningen eind 2027 ‘KRW-proof’ geactualiseerd.
Waterveiligheid was een ander thema waar veel Kamerleden aandacht voor vroegen. Zo was er onduidelijkheid, over de budgettaire ruimte die in het nieuwe regeerakkoord gereserveerd is voor waterveiligheidsprojecten. Welke projecten vallen daaronder, het Spui- en Gemaalcomplex IJmuiden? Volgens Vellinga wel, maar Schutz was daar nog niet zo uitgesproken over. Daarnaast vroeg Grinwis naar de doorlooptijd van projecten in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Ook wilde hij weten hoe die verkort kunnen worden, ook naar aanleiding zijn eerdere motie. De minister gaf aan dat de uitvoering van de projecten goed gaat, maar dat er in het voortraject nog winst te behalen valt.
Verder was er aandacht voor de verlaging van de dijknormeringen op Schiermonnikoog en Limburg. En ook voor het OvV-rapport over wateroverlast en bewustwordingscampagnes om burgers voor te bereiden op noodgevallen.
Bromet vroeg aandacht voor de sturende rol van water en bodem bij keuzes in de ruimtelijke inrichting van ons land naar aanleiding van het PBL-rapport. Bromet diende daarop een motie in om ervoor te zorgen dat het principe van water en bodem sturend wordt in de ruimtelijke ordening.
Er werden vijftien moties ingediend door de Kamerleden. Een aantal hiervan werd gewijzigd of aangehouden na een negatief advies van de minister. Over de overige moties volgt volgende week dinsdag 10 februari een stemming.
