Per 1 januari 2026 wijzigt de regelgeving in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor met name lucht. Maar er zijn ook andere wijzigingen. Deze staan in het Verzamelbesluit milieu 2025 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Voor stookinstallaties veranderen de aanwijzingen van de keuringsfrequenties en er komt een nieuwe standaardbrandstof. Waterstof wordt opgenomen in de lijst van standaardbrandstoffen. Hierdoor vervalt de vergunningplicht bij het stoken van waterstof. Voor waterstof geldt dan een keuringsplicht met een frequentie van 1 keer per 2 jaar. Voor alle kleine en middelgrote stookinstallaties die minder dan 500 uur per jaar in bedrijf zijn en geen waterstof verbranden, is de keuringsfrequentie gelijkgetrokken naar 1 keer per 4 jaar.
De wijzigingen voor asfaltcentrales gaan over het toevoegen van een emissie-eis voor benzeen, een aangepaste meetverplichting voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en benzeen, een verduidelijking van welke PAK gemeten moeten worden en een aanpassing in de meetfrequentie en de meetduur.
De voorschriften in het Bal voor stationaire en mobiele puinbrekers zijn strenger dan de voorschriften in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor mobiele puinbrekers. Hierdoor kan er een verschuiving plaatsvinden naar verwerking van puin door mobiele puinbrekers die tijdelijk op de slooplocaties staan. Dit is onwenselijk omdat mobiele puinbrekers niet de vereiste kwaliteit kunnen halen om bijvoorbeeld beton te recyclen en daarmee veel minder circulair en duurzaam zijn.
Ook staan mobiele puinbrekers die onder het Bbl vallen, vaak midden in woonlocaties waar veel burgers wonen. Bij het breken van puin komt ook respirabel kristallijn silicastof vrij. Deze stof staat sinds 19 mei 2021 op de lijst met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS-lijst) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Uit een onderzoek van 2023 naar maatregelen bij mobiele puinbrekers blijkt dat besproeiingsmaatregelen gebruikelijk zijn bij mobiele puinbrekers. In het wijzigingsbesluit staan daarom wijzigingen voor regelgeving van puinbrekers in het Bal en het Bbl.
In hoofdstuk 3 van het Bal is paragraaf 5.4.4 alleen aangewezen voor vergunningplichtige activiteiten waar het ministerie van IenW relevante emissies naar de lucht verwacht. Dit was anders in het Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit golden de emissiegrenswaarden uit afdeling 2.3 ook voor niet-vergunningplichtige bedrijven.
Met deze wijziging gaat de luchtparagraaf ook gelden voor niet-vergunningplichtige activiteiten waarvoor geen emissiegrenswaarde voor een stof staat in hoofdstuk 4 van het Bal. Het ministerie wijzigt dit voor de volgende milieubelastende activiteiten:
verbranden van afvalstoffen anders dan in een IPPC-installatie (POPUP BEGRIP) (artikel 3.40f)
oppervlaktebehandeling met oplosmiddelen IPPC (artikel 3.46)
metaalproductenindustrie (artikel 3.109)
minerale producten industrie (artikel 3.116)
chemische productenindustrie (artikel 3.120)
papier-, hout-, textiel- en leerindustrie (artikel 3.126)
voedingsmiddelenindustrie (artikel 3.132)
rubber- en kunststofindustrie (artikel 3.138)
scheepswerven (artikel 3.146)
verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen (artikel 3.198)
bedrijf voor mestbehandeling (artikel 3.227)
brandstoffenhandel en tankopslagbedrijf (artikel 3.270)
onderhoudswerkplaats voor vliegtuigen (artikel 3.294)
reinigen van opslagtanks, verpakkingen, voertuigen of containers voor gevaarlijke stoffen (artikel 3.302)
mijnbouw (artikel 3.322) met uitzondering van mijnbouwinstallaties. Voor mijnbouwinstallaties geldt paragraaf 5.4.4 niet. Dit volgt uit artikel 5.27 Bal.
Naast deze wijzigingen zijn er wijzigingen in het IenW Verzamelbesluit milieu rond:
Afval: In het Bal en het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen vervalt de term ‘gewolmaniseerd’ en wordt aangegeven om wat voor hout het gaat, namelijk hout behandeld met middelen die koper en chroom (CC-hout) of koper, chroom en arseen (CCA-hout) bevatten. Een ander wijzigingsbesluit over afval trad 30 december in werking en gaat over het Circulair materialenplan.
Asbest: er zijn diverse wijzigingen per 1 januari 2026, in het Bbl en het Asbestverwijderingsbesluit. Zie voor meer informatie het overzicht met asbestregelgeving.
Externe veiligheid, er is een nieuwe berekeningswijze voor het gifwolkaandachtsgebied. De nieuwe berekeningswijze heeft betrekking op de aandachtsgebieden voor stationaire bronnen en buisleidingen. Meer informatie leest u op de pagina Ontwikkelingen aandachtsgebieden.
Algemeen: In het toepassingsbereik van paragraaf 4.20. Mechanisch bewerken van diverse materialen, wordt verduidelijkt dat mobiel verkleinen van houtachtige plantenresten in het bos of in het plantsoen er niet onder valt. Tot slot zijn er vooral in het Bal enkele tekstuele aanpassingen. Zo wordt op veel plekken ‘motorvoertuigen’ gewijzigd in ‘gemotoriseerde voertuigen’, maar dit heeft geen inhoudelijke gevolgen.
In de Nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit staat nog meer informatie, zowel in het algemene deel als het artikelgewijze deel. De meeste wijzigingen zijn in werking getreden op 1 januari 2026.
Meer informatie
