De buurt waarin mensen wonen, werken of leven heeft invloed op hun gezondheid. Op verschillende manieren kan de omgeving een positieve invloed hebben. Zo nodigt een gezonde leefomgeving, met bijvoorbeeld een park of fietspaden, mensen uit om meer te bewegen en elkaar te ontmoeten. Ook ervaren mensen meer rust in een omgeving met bomen, planten en water. Alleen bestaan voor deze ‘zachte’ waarden nog geen duidelijke normen, terwijl vuistregels juist richting geven en het gesprek erover steviger onderbouwen.

Het RIVM ontwikkelde concrete, ruimtelijke ‘vuistregels’ om bij plannen voor de leefomgeving meer rekening te kunnen houden met gezondheid. En zo de gezondheid van inwoners te verbeteren. Het RIVM deed dat met partners, zoals GGD(Gemeentelijke Gezondheidsdienst)-en, gemeenten, kennisinstellingen, adviesbureaus en provincies, zodat de vuistregels goed aansluiten bij de praktijk. Met de vuistregels kunnen gemeenten en provincies het gesprek over gezondheid aangaan.
De vuistregels zijn meetbaar en gemaakt op basis van wetenschappelijk kennis. Vuistregels zijn niet verplicht, maar geven een onderbouwd kader om keuzes af te wegen en het belang ervan te laten zien.
Een voorbeeld is om minimaal 25 procent van de openbare ruimte in een buurt in te richten voor bewegen: voor lopen, fietsen, spelen en sporten. Of ervoor te zorgen dat elke woning uitkijkt op groen. Dat kunnen 3 bomen zijn, maar ook een tuin of groene gevel (uit de zogeheten 3-30-300-regel). Een ander voorbeeld is stoepen breder te maken zodat mensen een praatje kunnen maken zonder anderen te hinderen.
Het ministerie van VWS(Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), gemeenten, GGD-en provincies hebben om de vuistregels gevraagd omdat ze meer aandacht willen voor gezondheid bij ruimtelijke plannen. Dit zijn de eerste vuistregels. De wens is deze uit te breiden naar andere onderwerpen.
18-12-2025
18-12-2025
18-12-2025
18-12-2025
