Woningcorporaties werken steeds meer regionaal samen aan hun opgaven. Om hen daarbij te ondersteunen hebben het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Aedes een handreiking gemaakt. In zes stappen kunnen woningcorporaties meer inzicht krijgen in de regionale woonopgave, de investeringsruimte en mogelijkheden voor samenwerking. Op basis daarvan kunnen ze samen een strategie ontwikkelen.

Het Rijk, woningcorporaties en gemeenten hebben op de Woontop eind 2024 afgesproken om vanaf 2029 jaarlijks 30.000 nieuwe sociale huurwoningen te bouwen, met als streven dit al in 2027 te halen. Daarnaast hebben ze afspraken gemaakt over betaalbare huren, het verbeteren en verduurzamen van woningen en het versterken van de leefbaarheid in wijken. Dit staat in de Nationale Prestatieafspraken die gelden van 2025 tot 2035.
Om deze opgaven te realiseren, werken corporaties samen, in de eerste plaats binnen de eigen regio. Een regionale doorrekening is daarbij een belangrijk startpunt: die geeft inzicht in de eigen financiële mogelijkheden en helpt bij het verkennen van verdere samenwerking of projectsteun.
Woningcorporaties werken lokaal, maar dragen samen verantwoordelijkheid voor goede volkshuisvesting in heel Nederland. Als een woningcorporatie haar opgave niet volledig kan uitvoeren, kijkt zij samen met andere corporaties in de regio hoe dit toch mogelijk kan worden gemaakt.
Omdat opgaven en financiële mogelijkheden per corporatie verschillen, kan onderlinge solidariteit uitkomst bieden. Deze handreiking helpt om dat inzichtelijk te maken en het gesprek hierover goed te voeren.
