Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Kamerbrief Kabinetsreactie Rli-advies ‘Bouwen met toekomst werken aan woningen van duurzame materialen’

Op 19 juni 2025 heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) het advies Bouwen met toekomst: werken aan woningen van duurzame materialen aangeboden aan de minister van Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening (VRO), de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid & Natuur (LVVN), de minister van Klimaat & Groene Groei (KGG) en de staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat (I&W). In deze brief geef ik vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het woningbouwbeleid een reactie op dit advies, mede namens de andere bewindspersonen. Het is verder aan het volgende kabinet om eventueel nieuw beleid naar aanleiding van dit advies in gang te zetten.

9 January 2026

Kamerstuk: kamerbrief

Kamerstuk: kamerbrief

Op 19 juni 2025 heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) het advies Bouwen met toekomst: werken aan woningen van duurzame materialen aangeboden aan de minister van Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening (VRO), de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid & Natuur (LVVN), de minister van Klimaat & Groene Groei (KGG) en de staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat (I&W). In deze brief geef ik vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het woningbouwbeleid een reactie op dit advies, mede namens de andere bewindspersonen. Het is verder aan het volgende kabinet om eventueel nieuw beleid naar aanleiding van dit advies in gang te zetten.

Lees de kamerbrief

Lees de beslisnota

Rli-advies ‘Bouwen met toekomst werken aan woningen van duurzame materialen’

Samenvatting van de brief:

Op 19 juni 2025 heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) het advies Bouwen met toekomst: werken aan woningen van duurzame materialen aangeboden aan de minister van Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening (VRO), de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid & Natuur (LVVN), de minister van Klimaat & Groene Groei (KGG) en de staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat (I&W). In deze brief geef ik vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het woningbouwbeleid een reactie op dit advies, mede namens de andere bewindspersonen. Het is verder aan het volgende kabinet om eventueel nieuw beleid naar aanleiding van dit advies in gang te zetten.

Rliadvies Bouwen met toekomst

De Rli constateert dat er spanning bestaat tussen de woningbouwopgave waar ons land voor staat en het doel om klimaatneutraal te zijn in 2050: voor de bouwopgave is een enorme hoeveelheid materialen nodig en dit materiaalgebruik gaat gepaard met een significante CO₂‑uitstoot. Volgens de Rli ligt de nadruk nu vooral op de betaalbaarheid en bouwsnelheid, maar minder op de duurzaamheid van woningen.

De Nederlandse overheid zou te weinig doen om de materiaalgebonden CO₂‑uitstoot van woningbouw terug te dringen. Daardoor bestaat het risico op een bouwcrisis, aldus de Rli: als marktpartijen nu niet voldoende worden aangezet tot duurzaam bouwen, kunnen zij in de toekomst mogelijk niet meer aan de duurzaamheidseisen voldoen die nodig zijn om de klimaatdoelen te behalen. Daarom zou de overheid nu al scherp moeten sturen op de toepassing van duurzame materialen.

De Rli identificeert vijf strategieën om het materiaalgebruik in de woningbouw duurzamer te maken:

  • biobased materialen,

  • CO₂‑arme varianten van conventionele materialen,

  • hergebruik van materialen,

  • optoppen/transformeren, kleiner wonen en beter benutten van de bestaande voorraad,

  • zorgen voor minder en lichtere installaties.

De eerste drie strategieën gaan over het gebruiken van andere materialen, de laatste twee over het gebruik van minder materialen.

Algemene reactie op het advies

Ik onderschrijf de hoofdboodschap van het advies: er moet steeds duurzamer worden gebouwd — zowel voor het klimaat als voor het verminderen van geopolitieke afhankelijkheden. We beginnen hierbij niet op nul; de afgelopen jaren is al veel kennis ontwikkeld, genormeerd, gefaciliteerd en gesubsidieerd om te zorgen dat marktpartijen steeds duurzamer bouwen. Veel marktpartijen zijn voortvarend aan de slag, gestimuleerd door het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) en nationale beleidsinzet.

Wet- en regelgeving

Sinds 2018 wordt in Nederland via de milieuprestatie‑eis gebouwen gestuurd op de integrale milieu‑impact van nieuwe woningen en kantoren. In 2026 wordt de eis uitgebreid naar andere gebruiksfuncties in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De voorgestelde aanscherping van de eis voor woningen heb ik niet ingevoerd, omdat uit aanvullend onderzoek is gebleken dat in een aantal situaties aanvullende maatregelen nodig zijn in materiaalkeuze en ontwerpproces. Dit leidt op macroniveau tot meerkosten. Gezien de grote uitdaging om voldoende betaalbare woningen te realiseren heb ik ervoor gekozen geen eis in te voeren die meerkosten met zich meebrengt.

Verder moeten nieuwe gebouwen vanaf 2030 voldoen aan een nieuwe wettelijke eis voor emissies van broeikasgassen veroorzaakt door zowel energieverbruik als materiaalverbruik, berekend over de gehele levenscyclus — de whole life cycle global warming potential (wlc‑gwp). Uiterlijk 1 januari 2027 publiceert het kabinet een Routekaart wlc‑gwp met eisen voor 2030 en streefwaarden tot 2050. Hiermee krijgt de markt duidelijkheid over de richting van toekomstige regelgeving.

Lopende beleidsprogramma’s

Er lopen meerdere programma’s gericht op de vijf strategieën van de Rli. Het belangrijkste is het beter benutten van de bestaande woningvoorraad, bijvoorbeeld via transformeren, optoppen, woningdelen en woningsplitsen. Ook wordt gekeken naar installatieluwe woningen, binnen de mogelijkheden van gelijkwaardigheid in het Bbl.

Daarnaast is er beleid voor duurzame bouwmaterialen via de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB), het Bouwmaterialenakkoord en de Aanpak Circulair Slopen en Hergebruik. Ook de Europese Commissie wil de bio‑economie aanjagen.

Reactie op de vier aanbevelingen

1. Breng Nederlandse regels in lijn met Europees beleid

Ik ben al bezig met de implementatie van de EPBD‑IV richtlijn via de Routekaart wlc‑gwp. De Rli adviseert scherpe eisen (MPG 0,5), onderscheid tussen bouwhoogtes en het uitsluiten van module D. Ik vind dat de eisen geen belemmering mogen vormen voor betaalbaarheid en woningbouwopgave. Onderzoeken moeten uitwijzen hoe scherp de eisen kunnen worden gesteld.

Het advies om aparte eisen voor laag‑ en hoogbouw op te nemen is niet uitgewerkt en kan regeldruk verhogen. Dit vraagt nader onderzoek door een volgend kabinet.

Voor kleine woningen wordt per 1 juli 2026 een soepelere milieuprestatie‑eis ingevoerd om kleiner bouwen niet te ontmoedigen.

Module D wordt momenteel geëvalueerd; de uitkomsten worden meegenomen in de uitwerking van de wlc‑gwp.

2. Voer een heffing in als stimulans voor verduurzaming

De Rli adviseert een heffing op woningen die boven de streefwaarde uitstoten. Ik vind dat dit eerst verder moet worden uitgewerkt. Twee grenswaarden (Bbl‑eis en heffingsgrens) zijn publiekrechtelijk onlogisch. Een heffing kan bovendien leiden tot hogere bouwkosten en lagere grondwaarden, wat gebiedsontwikkeling kan bemoeilijken.

3. Actualiseer procedures en regels

De Rli stelt dat normcommissies te traditioneel zijn samengesteld. Hoewel deze commissies privaat zijn, heb ik middelen beschikbaar gesteld voor een evenwichtigere samenstelling.

De Nationale Milieudatabase is nu gebaseerd op nationale methodes; Europese harmonisatie is in ontwikkeling.

Gemeenten hebben beperkte capaciteit voor handhaving van de milieuprestatie‑eis. Binnen risicogestuurd toezicht wordt prioriteit gegeven aan andere onderwerpen. Met VNG en toezichthouders wordt gekeken naar de verhouding tussen lokale autonomie en Europese verplichtingen.

4. Bereid de bouwketen voor op duurzaam bouwen

Industrieel bouwen gaat vaak samen met duurzaam bouwen. Via het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP) wordt ingezet op 50% industriële woningbouw in 2030.

Experimenteerruimte via artikel 23.3 van de Omgevingswet wordt benut voor kostenbesparende innovaties.

Er bestaan al veel samenwerkingsverbanden in de bouwketen, zoals Lenteakkoord 2.0, Groene Huisvesters, Bouwmaterialenakkoord, TKI Bouw & Techniek, Transitieteam Circulaire Bouweconomie, NABB en het Nationaal Programma Circulaire Economie.

Slot

Veel van de door de Rli geadviseerde beleidsacties zijn al in gang gezet. Toch zijn verdere stappen nodig om CO₂‑emissies te verlagen. Met de Routekaart wlc‑gwp krijgt de sector duidelijkheid om te investeren in verduurzaming. Tegelijk moet de opgave voor meer en betaalbare woningen worden meegewogen. Het is aan een volgend kabinet om nieuw beleid of intensivering vorm te geven.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.