
In de beantwoording legt het ministerie uit dat het CMP eind december 2025 in werking trad en dat decentrale overheden toen zijn geïnformeerd over de gevolgen daarvan. Die brief leidde tot verwarring, omdat gemeenten het idee kregen dat zij geen aanvullende regels meer mochten stellen. De staatssecretaris benadrukt dat het CMP geen afbreuk doet aan de bestaande bevoegdheden van gemeenten en provincies. Onder de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving blijft het mogelijk om gemotiveerde lokale maatregelen te nemen wanneer dat nodig is voor bescherming van mens en milieu. Dat gemeenten die ruimte hebben, is volgens haar een expliciete keuze van de wetgever, en blijft dat ook.
Die ruimte staat volgens het ministerie los van de tijdelijke landelijke regeling voor staalslakken die in juli 2025 werd ingesteld. Met die zogenoemde ‘pauzeknop’ geldt er sinds die datum een verbod op bepaalde toepassingen van staalslakken en een vergunningplicht voor andere toepassingen. De regeling loopt minimaal tot juli 2026 en kan worden verlengd tot januari 2027. De staatssecretaris stelt dat de landelijke pauzeknop juist bedoeld is om gemeenten tijdelijk te ontlasten, omdat er op basis van onderzoeken van onder meer RIVM, ILT en de Algemene Rekenkamer nog veel onzekerheden bestaan over de risico’s van staalslakken.
Verschillende gemeenten werken ondertussen al langer aan strengere lokale regels vanwege concrete problemen of klachten. De staatssecretaris geeft aan dat ze die zorgen begrijpt en dat maatwerk mogelijk blijft, zolang het binnen de kaders van de wet gebeurt. De oproep in het CMP om terughoudend te zijn met generieke lokale verboden is volgens haar vooral bedoeld om te voorkomen dat de markt voor secundaire bouwstoffen onnodig wordt geblokkeerd. Dat neemt volgens het ministerie niet weg dat gezondheid en milieu zwaar wegen; de circulaire economie en bescherming van de leefomgeving moeten volgens haar gelijk opgaan.
In de antwoorden gaat het ministerie ook in op vragen over financiële prikkels rondom staalslakken en de vermeende invloed van Tata Steel. Er zou geen contact zijn geweest over de instructiebrief, noch zou er sprake zijn van beleid dat is gestuurd door marktpartijen. Wel erkent de staatssecretaris dat sommige toepassingen een negatieve prijs kennen, maar dat dit door transportkosten doorgaans geen prikkel is voor overmatig gebruik. Waar dat wél aantoonbaar zou spelen, is handhaving mogelijk.
Hoeveel gemeenten inmiddels eigen verboden of aanvullende regels hebben ingesteld, is niet bekend; pas sinds de komst van het CMP moeten decentrale overheden afwijkingen melden, en tot nu toe zijn er slechts drie meldingen binnengekomen. Die worden door het Rijk beantwoord met een niet‑bindend advies, waarbij het bevoegd gezag zelf een gemotiveerde afweging mag maken.
Ondertussen onderzoekt het ministerie hoe de tijdelijke regeling moet worden opgevolgd. Verschillende scenario’s liggen al op tafel en de Kamer wordt volgens de staatssecretaris binnenkort geïnformeerd over een besluit tot verlenging of aanpassing van de landelijke regels. Ook loopt er onderzoek naar de risico’s van bestaande toepassingen. De ILT constateerde vorig jaar nog dat op een groot deel van de onderzochte locaties milieueffecten optraden bij toepassingen met dikke lagen staalslak.
Hoewel Kamerleden vroegen of het Rijk de pauzeknop moet handhaven tot alle onderzoeken zijn afgerond, houdt de staatssecretaris vast aan de bestaande termijn. Wel belooft ze dat de Kamer binnenkort duidelijkheid krijgt over de toekomst van het staalslakbeleid, zowel landelijk als in de verhouding tot de lokale bevoegdheden. Volgens haar is het beeld dat het Rijk generieke verboden van gemeenten zou verbieden onjuist en blijft de bescherming van een gezonde leefomgeving centraal staan.
