Wat zijn de kosten en baten voor de gemeente Amsterdam als de stad in 2050 bestand wil zijn tegen extreem weer? En wat zou dat betekenen voor de ruimtelijke inrichting? Dat heeft Arcadis afgelopen jaar onderzocht. De resultaten staan in het rapport ‘Amsterdam Klimaatbestendig 2050’. Eén van de conclusies: er is tot 2050 een grote investering nodig van € 1,04 miljard voor klimaatadaptatie. Maar daarmee voorkomt de gemeente mogelijk nog hogere schadekosten.

Volgens het rapport is het grootste deel van de kosten bedoeld om wateroverlast tegen te gaan: ongeveer de helft van de totale kosten van € 1,04 miljard. Daarnaast moeten deze maatregelen ook onderhouden worden: dat kost ongeveer € 20 miljoen per jaar aan extra kosten, waarvan bijna het hele bedrag bestemd is voor maatregelen tegen wateroverlast. Het doel is om de stad te beschermen tegen overlast van een bui van 70 millimeter per uur die volgens de huidige inzichten eens per honderd jaar voorkomt. En bij een extreme bui van 135 millimeter per dag moet vitale en kwetsbare infrastructuur blijven functioneren. Zo’n bui viel in Kopenhagen in 2011, met een geschatte schade van ongeveer € 800 miljoen.
Arcadis heeft ook onderzocht welke maatregelen nodig zijn op buurtniveau. Wat zijn de kosten en baten van maatregelen? En wat zijn de schadekosten als er niets wordt gedaan? De onderzoekers hebben twaalf verschillende maatregelen doorgerekend voor de 518 buurten van Amsterdam. Denk aan de aanleg van ondiepe en gewone wadi’s, de aanleg van groenblauwe daken, het planten van bomen en het verbeteren van groeiplaatsen voor nieuwe en bestaande bomen.
Tussen nu en 2050 moeten er 23.630 bomen geplant worden om hittestress tegen te gaan. Het doel hiervan is dat elke bewoner binnen 300 meter loopafstand een koele plek kan bereiken. En dat 30% van de wandel- en fietspaden in de schaduw ligt.
Een totale investering van € 1,04 miljard in adaptatiemaatregelen betekent € 41,5 miljoen per jaar. Dat is ongeveer een half procent van de jaarlijkse begroting van de gemeente van € 8,2 miljard. Daar komen nog de extra jaarlijkse onderhoudskosten van € 20 miljoen bij. Maar tegenover deze kosten staan behoorlijke baten: met deze maatregelen vermijdt de stad tussen de € 686 miljoen en € 1,07 miljard aan klimaatschade. In het gunstigste geval verdienen de maatregelen zichzelf dus volledig terug. Daarnaast stijgen de WOZ-waardes van woningen, wat leidt tot extra opbrengsten voor de gemeente uit de onroerendzaakbelasting (OZB). Ook wordt de stad leefbaarder, gezonder en aantrekkelijker.
De onderzoekers hebben bijna alleen maatregelen onderzocht in de openbare ruimte. Alleen in hoogstedelijke gebieden hebben ze ook groenblauwe daken meegenomen, omdat dit daar de belangrijkste adaptatiemaatregelen zijn. Nieuwe woonwijken en gebouwen zijn niet meegenomen in de berekeningen: maatregelen in nieuwbouwprojecten worden namelijk al betaald via de grondverkoop of via afspraken met projectontwikkelaars.
Maatregelen tegen funderingsschade door paalrot zijn niet meegenomen in de kosten voor de gemeente. Dat komt omdat funderingsproblemen vooral ontstaan op privaat terrein, zoals bij woningen en bedrijfspanden. Om maatregelen te nemen voor de 23.000 kwetsbare funderingen is mogelijk zo’n €4,5 miljard nodig. Dat bedrag is veel hoger dan voor de andere adaptatiemaatregelen. Maar omdat de gegevens over funderingsschade op lokaal niveau onzeker zijn en omdat het in de meeste gevallen gaat om panden in particulier bezit, zijn deze investeringskosten niet meegenomen in dit onderzoek. Dat neemt niet weg dat de risico’s op funderingsschade serieus zijn en meegenomen moeten worden bij strategische keuzes.
Meer informatie
