Update confettikanon. Eerder hebben we in de netwerksessies al aangegeven dat er veel signalen zijn binnengekomen over meldingen en informatieplichten voor milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Uit die signalen blijkt dat indieners moeite hebben om de juiste meldingen en informatieplichten in te dienen en om daarbij de juiste gegevens te verstrekken. Voor de Omgevingsdiensten is het moeilijk alle informatie compleet te krijgen en correct en in samenhang te verwerken.

Dit signaal is ingebracht bij het regienetwerk uitvoeringsvraagstukken, waar het knelpunt op hoofdlijnen geanalyseerd is en bekeken is of het wellicht te maken heeft met wennen aan de nieuwe regelgeving of het DSO. Om het knelpunt verder te analyseren is de Werkgroep knelpunten meldingen en informatiepunten opgericht. De signalen/knelpunten kunnen als volgt opgesplitst worden:
• Confettikanon: Informatie over één activiteit / bedrijf / initiatief komt versnipperd binnen. Samenhang ontbreekt.
• Te weinig informatie bij meldingen/informatieplichten: Bevoegd gezag mist essentiële informatie, waardoor het moeilijk is de VTH-taken goed uit te voeren.
• Juridische grondslag: Bevoegd gezag is veel tijd kwijt om te beoordelen of ontvangen informatie voldoet aan de indieningsvereisten, bijvoorbeeld omdat niet direct duidelijk is wat het onderliggende artikel in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) is.
De signalen en de analyse zijn neergelegd bij de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Infrastructuur en &Waterstaat (IenW). Daarnaast onderzoeken VNG en Omgevingsdienst Nederland (ODnl) met gemeenten en Omgevingsdiensten welke werkwijzen of aanpassingen in de formulieren gedaan kunnen worden om het knelpunt in de praktijk al zoveel mogelijk te kunnen tackelen. Het knelpunt blijkt overigens niet alleen over de Bal-activiteiten te gaan, maar lijkt ook te relateren aan de omgevingsplanactiviteiten.
Tijdens een volgende netwerksessie zullen Inge Vrauwdeunt (ODH/ ODnl, Sandra Anzion (VNG) en Tom Bischops (VNG) een toelichting geven vanuit gemeentelijk en omgevingsdienst-perspectief. Zij zullen ingaan op wat er op dit moment al gedaan kan worden om deze problemen te verminderen. Uitnodiging volgt binnenkort.
Zowel bij het IPO als bij de VNG zijn signalen binnengekomen over knelpunten in de samenwerking tussen gemeenten en provincies rond het thema natuur. Deze knelpunten hangen samen met de overgang van een integrale benadering naar het werken met afzonderlijke activiteiten onder de Omgevingswet.
Tijdens deze netwerksessie gaan we hier samen mee aan de slag. Het wordt een interactieve bijeenkomst, met veel ruimte voor het stellen van vragen, het delen van praktijkervaringen en het verkennen van mogelijke oplossingen.
Als oorzaken worden onder meer genoemd:
• Gemeente- en provincieambtenaren zijn niet altijd op de hoogte van de gemaakte samenwerkingsafspraken.
• Er is beperkte bekendheid met de wijze waarop natuur binnen de Omgevingswet is geregeld en wat dit betekent voor taken en verantwoordelijkheden.
• Er bestaan uiteenlopende verwachtingen over de rolverdeling tussen provincie en gemeente, die per provincie kunnen verschillen.
• Bij het invullen van de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) – vragen vanuit de provincie – wordt vaak geadviseerd contact op te nemen met de gemeente. Vervolgens is echter onduidelijk welke ondersteuning de gemeente biedt, hoe de provincie hierbij ondersteunt en wie de initiatiefnemer verder helpt.
• Er ontbreken duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden wanneer contact met de gemeente nodig is en over de wijze waarop dit contact tot stand komt.
• Door het loslaten van de integrale benadering bepalen initiatiefnemers zelf wanneer en in welke volgorde zij verzoeken indienen. Dit maakt het lastiger om het totale initiatief te overzien en te monitoren.
Dit onderwerp is besproken in het regienetwerk uitvoeringsvraagstukken. Samen met het IPO is de VNG in Noord-Holland in gesprek gegaan over hoe de samenwerking rond vergunningverlening voor natuur (Natura 2000 en flora & fauna) in de regio kan worden verbeterd. Een vergelijkbaar traject starten we nu ook in de regio Utrecht.
Daarbij kijken we nadrukkelijk naar de rol van het SoortenManagementPlan (SMP) en wat dit betekent voor werkprocessen en de onderlinge samenwerking bij concrete initiatieven.
