Onlangs oordeelde de rechtbank Rotterdam dat de burgemeester van Rotterdam iemand vanwege slecht levensgedrag van de Alcoholwetvergunning mocht schrappen. Dit terwijl de Alcoholwet bij slecht levensgedrag dwingend een intrekking voorschrijft, waarbij geen ruimte is voor belangenafweging. Kan dat zomaar?

De rechtbank Rotterdam meent van wel en neemt de volgende route: hoewel er geen ruimte is om artikel 31 van de Alcoholwet te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, ziet de rechtbank ruimte om een wetsbepaling buiten toepassing te laten. Dit omdat de toepassing van die bepaling in verband met daarin niet verdisconteerde omstandigheden in strijd zou komen met een fundamenteel rechtsbeginsel. Hoewel de Alcoholwet formeel niet expliciet voorziet in het “verwijderen” van een leidinggevende, accepteert de rechtbank in dit specifieke geval een contralegembenadering: het strikt toepassen (intrekken van de vergunning) zou ertoe leiden dat de exploitant direct opnieuw een vergunning kan aanvragen die waarschijnlijk wel wordt verleend, zonder eiser als leidinggevende. Deze route vraagt onevenredig veel tijd en inspanning. Het schrappen van eiser als leidinggevende doet meer recht aan de situatie (ECLI:NL:RBROT:2026:3469).
Dit was wat mij betreft het juweeltje van de maand in het openbare orderecht. Maar in deze april nieuwsbrief lees je ook over:
Kortom: deze nieuwsbrief mag je niet missen! En daar is een mooie oplossing voor: schrijf je in!
