De rechtbank Noord-Nederland deed op 20 februari 2026 een uitspraak of een bouwactiviteit valt onder artikel 2.25 of 2.26 Bbl. De kern van de discussie: moet je kijken naar het bouwwerk dat wordt verbouwd, of naar de bouwactiviteit zelf?

Een analyse van de uitspraak (ECLI:NL:RBNNE:2026:407) werd al gepubliceerd in het artikel Dak of geen dak?, that's the question... uitspraak m.b.t. onderscheid tussen art. 2.25 en 2.26 Bbl. De zaak betrof constructieve verbouwwerkzaamheden in een pand waarbij onder andere balken, een binnenmuur en een vloer waren aangepast. De vraag was of deze werkzaamheden onder de Omgevingswet vergunningplichtig waren. Het antwoord daarop was ja, op grond van artikel 2.25 Bbl, dat gaat over een bouwwerk met dak.
De discussie over een bouwwerk met of zonder dak speelde overigens al langer. De helpdesk van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) werd hierover regelmatig bevraagd. IPLO gaf signalen vanuit het werkveld door aan het ministerie. Daarop heeft de wetgever in 2024 in de nota van toelichting van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) expliciet aangegeven wat wordt bedoeld met de samenhang tussen de artikelen 2.25 en 2.26 Bbl. In dit geval geeft de wetgever aan dat artikel 2.26 Bbl van toepassing is, dat gaat over een bouwwerk zonder dak.
Naar aanleiding daarvan en de recente uitspraak heeft IPLO de uitleg over vergunningvrij bouwen op de website aangepast op de pagina Vergunning of melding bij de technische bouwactiviteit.
Omdat de uitspraak is gedaan vóór de toelichting bij de wijziging van het Bkl, is nog onduidelijk hoe deze lijn zich verder ontwikkelt. De uitkomst van de bodemprocedure en eventuele uitspraken van de Raad van State kunnen daarin meer richting geven.
Overigens is deze discussie door een wijziging van artikel 2.26 Bbl inmiddels minder relevant. Zo is in soortgelijke situaties de uitkomst, ongeacht of artikel 2.25 of 2.26 Bbl geldt, niet anders: er is sprake van een vergunningplicht.
Meer informatie
Lees de rechterlijke uitspraak ECLI:NL:RBNNE:2026:407
