De Unie van Waterschappen heeft, samen met Vewin en het College voor de Rechten van de Mens, een gezamenlijke bijdrage geleverd aan de Verenigde Naties over de gevolgen van PFAS voor de waterkwaliteit, volksgezondheid en mensenrechten. Een speciale VN-rapporteur gebruikt de opgehaalde input voor een rapport over dit thema.

De Nederlandse bijdrage benadrukt dat PFAS door hun hardnekkigheid en brede verspreiding een structureel probleem vormen voor waterbeheer en drinkwatervoorziening. Eenmaal in het watersysteem zijn deze stoffen is het moeilijk en kostbaar deze te verwijderen. Daardoor komen de lasten vaak terecht bij publieke diensten en de samenleving als geheel.
De indiening maakt duidelijk dat PFAS direct raken aan fundamentele rechten, zoals het recht op gezondheid, schoon drinkwater en een gezonde leefomgeving. In Nederland voldoet het merendeel van de wateren niet aan de chemische kwaliteitsdoelen, waarbij PFAS expliciet tot de probleemstoffen behoren. Blootstelling aan PFAS vindt plaats via meerdere routes, bijvoorbeeld via voedsel, drinkwater en het milieu.
Vanuit het perspectief van waterbeheer benadrukt de Unie dat aanpak aan de bron essentieel is. Eenmaal in het watersysteem terechtgekomen, zijn PFAS niet of nauwelijks te verwijderen. De gemaakte kosten komen bovendien terecht bij waterbeheerders en uiteindelijk bij de samenleving als geheel.
De bijdrage gaat ook in op vraagstukken van milieurechtvaardigheid. Blootstelling aan PFAS en de mogelijkheden om risico’s te beperken of schade te verhalen verschillen tussen regio’s en bevolkingsgroepen. Bovendien schuift de blijvende aanwezigheid van PFAS in het milieu de gevolgen ook door naar toekomstige generaties.
De Nederlandse watersector onderstreept in de bijdrage dat een snelle en brede aanpak van PFAS aan de bron het meest effectief is. De Unie van Waterschappen pleit al langer voor vergaande beperkingen en uiteindelijk een alomvattend verbod op PFAS, bij voorkeur op Europees niveau, om verdere vervuiling van waterbronnen te voorkomen.
De input is gezamenlijk ingediend door de Unie van Waterschappen, Vewin en het College voor de Rechten van de Mens. Met deze bijdrage stellen de organisaties hun praktijkervaring en kennis beschikbaar voor het VN-rapport, dat later dit jaar wordt verwacht.
