Vakantieparken zijn veel in het nieuws. Terwijl dubieuze eigenaren scoren in real-life soaps, staan de parken er zelf minder goed op. Veel mensen wonen al decennialang in een vakantiewoning, vaak gedoogd door de gemeente. Met name op de Veluwe en in Noord-Brabant is het een bekend fenomeen, veroorzaakt door de aanhoudende woningnood. Tegelijkertijd willen recreanten er ontspannen en ongestoord vakantie vieren. De boodschap is duidelijk: kies voor óf volwaardig recreëren, óf goed wonen.
Eigenaren van vakantieparken moeten een duidelijke keuze maken, want de belangen van recreanten en bewoners liggen ver uit elkaar. Vakantiegangers zoeken meestal levendigheid, gezelligheid en tenminste een basisaanbod aan recreatievoorzieningen, zoals speelruimtes, horeca, entertainment en animatie. Dit botst vaak met de wensen van (semi-)permanente bewoners, die doorgaans meer waarde hechten aan rust, privacy en sociale cohesie. Zij zitten niet te wachten op steeds wisselende buren.
Voor vakantieparken met veel gedateerde accommodaties (stacaravans en chalets), een rommelige buitenruimte en weinig recreatievoorzieningen ziet de toekomst voor de toeristische verhuur er niet goed uit. Deze parken missen de uitstraling van een herkenbaar, modern en sfeervol park met een duidelijke identiteit. Precies wat gasten tegenwoordig verwachten, ongeacht het marktsegment.
Ook de recreatiewoningen zelf vormen een punt van aandacht. Volgens het Bouwbesluit 2012 gelden voor recreatiewoningen andere bouwkundige eisen dan voor reguliere woningen. Denk aan eisen voor geluidsisolatie (zowel van buitenaf als tussen kamers), minimale afmetingen, inbraakpreventie, ventilatie, daglichttoetreding en energiezuinigheid.
Op geschikte locaties kan de transformatie van vakantieparken naar woonwijken een goede oplossing zijn voor de woningnood. Bijvoorbeeld in de buurt van steden of dorpen met basisvoorzieningen zoals winkels en scholen. Het geeft bestaande bewoners zekerheid over hun toekomst, wat vaak leidt tot kwaliteitsinvesteringen in hun woning, tuin en leefomgeving.
Voor niet-vitale vakantieparken kan een thematische of doelgroepgerichte benadering perspectief bieden. Denk aan flexwonen, huisvesting voor arbeidsmigranten of wonen voor mensen met een zorgbehoefte. In dat geval moet de nieuwe woonwijk wel voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving en aan eisen op het gebied van onder meer infrastructuur, parkeren, ontsluiting en riolering.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelde in 2021 samen met Hiswa-Recron en andere partners de actieagenda Vitale Vakantieparken op. Belangrijke, sterk samenhangende pijlers daarin zijn veiligheid, sociaal beleid, ruimtelijke ordening en economie. De provincies werken de ambities nu gebiedsgericht uit. Sommige niet-vitale vakantieparken krijgen in de toekomst (deels) een woonbestemming. Uit een landelijke inventarisatie in 2023 bleek dat tenminste zestig niet-vitale parken voor permanente bewoning in aanmerking komen. Soms maken ze al deel uit van regionale Woondeals.
Recreanten hechten steeds meer waarde aan ruimte, comfort, sfeer en een goede prijs-kwaliteitverhouding. De uitdaging voor vakantieparken is om zich duidelijk te richten op specifieke doelgroepen en marktsegmenten. Met onderscheidende inrichting, vormgeving, programma’s en gastvrijheid, gebaseerd op hun kernwaarden.
Volwaardige vakantieparken kunnen profiteren van de transformatie van andere bestaande parken tot woonwijk. Minder recreatiewoningen op de markt betekent kansen voor goed gepositioneerde parken in een verzadigende markt. De voorwaarde is wel dat deze parken zich blijven versterken als recreatieve verblijfsplek, zonder permanente bewoning, om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.
Vakantieparken moeten een duidelijke keuze maken tussen volwaardig recreëren of permanent wonen. Een gedeeld gebruik leidt onvermijdelijk tot conflicten en belemmert de toekomst van zowel de recreanten als de bewoners.